Hoe zeg je "eed" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “eed” is “juramento” — gebruik 'juramento' voor een officiële, plechtige belofte of verklaring, vaak afgelegd in een juridische of formele context, zoals bij een getuigenis of een eedaflegging..
juramento
hoo-rah-MEN-toh/xuɾaˈmento/

Voorbeelden
El testigo tuvo que hacer un juramento antes de declarar.
De getuige moest een eed afleggen voordat hij getuigde.
Su juramento de fidelidad a la causa era inquebrantable.
Zijn plechtige belofte van trouw aan de zaak was onbreekbaar.
El nuevo alcalde tomó juramento en una ceremonia pública.
De nieuwe burgemeester werd beëdigd (legde de eed af) tijdens een openbare ceremonie.
Gebruik van 'Hacer' versus 'Tomar'
Gebruik het werkwoord 'hacer' (doen/maken) als je spreekt over de persoon die de eed aflegt ('hacer un juramento'). Gebruik 'tomar' (nemen) als je spreekt over de persoon die de eed ontvangt of afneemt.
Verwarring tussen 'Juramento' en 'Jurar'
Fout: “Het gebruik van 'jurar' wanneer je het zelfstandig naamwoord bedoelt: 'Yo di un juramento.'”
Correctie: Het juiste werkwoord bij het zelfstandig naamwoord is 'hacer': 'Yo hice un juramento.' 'Jurar' is het werkwoord dat 'zweren' of 'een eed afleggen' betekent.
promesa
proh-MEH-sah/pɾoˈmesa/

Voorbeelden
Hiciste una promesa y debes cumplirla.
Je hebt een belofte gedaan en je moet je eraan houden.
La promesa de matrimonio fue muy romántica.
Het huwelijksaanzoek (de belofte) was erg romantisch.
Rompí mi promesa de no comer chocolate, ¡lo siento!
Ik heb mijn belofte gebroken om geen chocolade te eten, sorry!
Doen versus Nakomen
Gebruik 'hacer' (doen) wanneer je de belofte maakt, en 'cumplir' (vervullen/nakomen) wanneer je je eraan houdt. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'een belofte doen' en 'een belofte nakomen'.
Geslachtsfout
Fout: “El promesa”
Correctie: La promesa. Onthoud dat 'promesa' altijd vrouwelijk is, dus gebruik 'la' of 'una' ervoor. In het Nederlands zijn de meeste zelfstandige naamwoorden mannelijk of onzijdig, dus het onthouden van het Spaanse geslacht is belangrijk.
voto
VOH-toh/ˈbo.to/

Voorbeelden
Los monjes hicieron un voto de pobreza y humildad.
De monniken legden een gelofte van armoede en nederigheid af.
Ella cumplió su voto de visitar la iglesia todos los domingos.
Zij hield zich aan haar gelofte om elke zondag de kerk te bezoeken.
Romper un voto es considerado una falta grave.
Het verbreken van een gelofte wordt beschouwd als een ernstige overtreding.
Het Werkwoord 'Hacer'
Om de handeling van het afleggen of maken van een gelofte uit te drukken, gebruikt het Spaans het werkwoord 'hacer' (doen/maken): 'hacer un voto'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak 'afleggen' gebruiken bij geloften.
Juramento vs. Promesa
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


