Hoe zeg je "haar" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “haar” is “pelo” — gebruik 'pelo' voor het haar op iemands hoofd of op het lichaam van een dier..
pelo
/peh-loh//'pe.lo/

Voorbeelden
Mi hermana tiene el pelo largo y rubio.
Mijn zus heeft lang, blond haar.
El pelo del gato está por todo el sofá.
De vacht van de kat ligt overal op de bank.
Se me está cayendo mucho el pelo.
Ik verlies veel haar.
Eén ding versus Veel Haren
Gebruik 'el pelo' (enkelvoud) om over al het haar op een hoofd als één geheel te spreken. Gebruik 'los pelos' (meervoud) om individuele haartjes te beschrijven, zoals wanneer je er een paar op je shirt vindt. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'haar' (onzijdig, enkelvoud) versus 'haren' (meervoud).
'Pelo' versus 'Cabello'
Fout: “Het gebruiken van 'pelo' wanneer je formeler of poëtischer wilt klinken over hoofdhaar.”
Correctie: 'Cabello' betekent ook 'haar' maar wordt alleen gebruikt voor het haar op een menselijk hoofd. Het kan formeler of technischer klinken (zoals bij een kapper). 'Pelo' is het perfecte woord voor dagelijks gebruik.
cabello
/kah-BEH-yoh//kaˈβe.ʝo/

Voorbeelden
Mi hermana tiene el cabello muy rizado.
Mijn zus heeft heel krullend haar.
Necesitas ir a la peluquería para cortarte el cabello.
Je moet naar de kapper om je haar te knippen.
El viento sopló y su cabello se movió libremente.
De wind waaide en haar haar bewoog vrij.
Mannelijk en Enkelvoud
Hoewel je duizenden haren hebt, is 'cabello' doorgaans een mannelijk woord dat in het enkelvoud wordt gebruikt (el cabello). Je gebruikt het meervoud 'cabellos' alleen als je verwijst naar specifieke, telbare haren.
Onjuist gebruik van het bepaald lidwoord
Fout: “Me gusta mi cabello. (Fout, te letterlijke vertaling uit het Nederlands)”
Correctie: Me gusta mi pelo/cabello. (Het bezittelijk voornaamwoord 'mi' is prima, maar in het Spaans gebruiken we vaak het bepaald lidwoord 'el' als we het over lichaamsdelen of haar hebben: 'Me gusta EL cabello.')
su
/soo//su/

Voorbeelden
Es su coche.
Het is zijn/haar/hun auto.
María busca su llave.
María zoekt haar sleutel.
Señor, ¿es su maleta?
Meneer, is dit uw koffer?
Eén Woord, Veel Betekenissen
'Su' is een superhandig woord dat 'zijn', 'haar', 'zijn/haar (van een ding)', 'uw' (formeel) of 'hun' kan betekenen. Je leidt af welke betekenis het heeft uit de context van het gesprek.
Meervoud maken: 'sus'
Als het bezitten ding meervoud is (zoals 'boeken'), voeg je een 's' toe om er 'sus' van te maken. Bijvoorbeeld: 'su libro' (zijn boek) wordt 'sus libros' (zijn boeken).
De meervouds-'s' vergeten
Fout: “Es su zapatos.”
Correctie: Son sus zapatos. Als het *ding* meervoud is (zapatos), moet je 'sus' gebruiken, zelfs als de eigenaar maar één persoon is.
'Su' en 'tu' door elkaar halen
Fout: “Señor, ¿es tu coche?”
Correctie: Señor, ¿es su coche? Gebruik 'su' als je iemand formeel aanspreekt ('usted'), en 'tu' als je iemand informeel aanspreekt ('jij').
ella
/EH-yah//'eʎa/

Voorbeelden
Ella es mi hermana.
Zij is mijn zus.
El regalo es para ella.
Het cadeau is voor haar.
¿Viste la película? Ella fue muy buena.
Heb je de film gezien? Het was erg goed.
Wie voert de actie uit?
'Ella' geeft aan dat een vrouwelijk persoon (of een vrouwelijk ding) degene is die de hoofdactie uitvoert. Bijvoorbeeld, 'Ella come' betekent 'Zij eet'.
'Ella' gebruiken voor dingen
In het Spaans hebben zelfs objecten een 'geslacht'. Als een zelfstandig naamwoord vrouwelijk is, zoals 'la mesa' (de tafel), gebruik je 'ella' om ernaar te verwijzen. Het is alsof je 'het' zegt.
Optioneel maar belangrijk
Soms kun je 'ella' weglaten als het duidelijk is over wie je het hebt. De werkwoordsuitgang vertelt het vaak al. Bijvoorbeeld, 'Canta bien' kan betekenen 'Zij zingt goed'.
Het vergeten van het zelfstandig naamwoord geslacht
Fout: “Me gusta el coche. Él es rápido.”
Correctie: Me gusta la casa. Ella es grande. Een mannelijk ding zoals 'el coche' gebruikt 'él', maar een vrouwelijk ding zoals 'la casa' moet 'ella' gebruiken. Let op: in het Nederlands gebruiken we 'de' of 'het' en is er geen vergelijkbaar systeem voor voornaamwoorden.
la
/la//la/

Voorbeelden
¿Conoces a Ana? Sí, la conozco.
Ken je Ana? Ja, ik ken haar.
Compré la camisa ayer y ya la perdí.
Ik heb de blouse gisteren gekocht en ik ben hem al kwijt.
Señora, ¿la puedo ayudar?
Mevrouw, kan ik u helpen?
Een Zelfstandig Naamwoord Vervangen
Deze 'la' is een afkorting. In plaats van een vrouwelijk zelfstandig naamwoord te herhalen, kun je het vervangen door 'la'. Bijvoorbeeld, in plaats van 'Veo a la chica', kun je zeggen 'La veo' (Ik zie haar). Dit is vergelijkbaar met het gebruik van 'haar' of 'hem' in het Nederlands.
Waar Komt Het?
Meestal staat 'la' direct vóór het werkwoord. 'La llamo' (Ik bel haar). Bij gebiedende wijs of twee werkwoorden kun je het aan het einde vastplakken: '¡Llámala!' (Bel haar!) of 'Voy a llamarla' (Ik ga haar bellen).
Verwarring tussen 'la' en 'le'
Fout: “La doy un regalo a mi mamá.”
Correctie: Le doy un regalo a mi mamá. Gebruik 'la' voor wie/wat de *directe actie* ondergaat (Ik zie HAAR). Gebruik 'le' voor wie/wat iets wordt gedaan of voor wie het bedoeld is (Ik geef een cadeau AAN HAAR). In het Nederlands is dit onderscheid minder strikt dan tussen het lijdend voorwerp ('haar') en het meewerkend voorwerp ('haar/aan haar').
sus
/soos//sus/

Voorbeelden
Ellos aman a sus perros.
Zij houden van hun honden.
Sus ojos son azules.
Zijn/Haar ogen zijn blauw.
Profesora, ¿podemos usar sus lápices?
Leraar, mogen wij jullie potloden gebruiken?
Het gaat om de items, niet om de bezitter
Gebruik 'sus' wanneer de bezittingen meervoud zijn (meer dan één). Voor slechts één ding, gebruik je 'su'. Vergelijk: 'su libro' (één boek) versus 'sus libros' (meerdere boeken).
Wie is de bezitter?
'Sus' kan 'zijn', 'haar', 'hun' of 'uw/jullie' (voor een groep) betekenen. Je achterhaalt wie de bezitter is aan de hand van de rest van het gesprek.
Verwarring tussen 'Su' en 'Sus'
Fout: “Él tiene su libros.”
Correctie: Zeg 'Él tiene sus libros.' Het woord moet overeenkomen met het aantal *items*, niet met het aantal bezitters. Omdat 'libros' (boeken) meervoud is, moet je 'sus' gebruiken.
suyo
/soo-yoh//ˈsu.ʝo/

Voorbeelden
Mi coche es rojo, pero el suyo es negro.
Mijn auto is rood, maar de zijne/de hare/de uwe is zwart.
¿Es esta chaqueta tuya o es la suya?
Is deze jas van jou, of is hij van hen?
Nuestra casa es más antigua que la suya.
Ons huis is ouder dan het hunne.
Un amigo suyo me llamó anoche.
Een vriend van hem/haar/hen belde me gisteravond.
Bezittelijke Voornaamwoorden Vervangen Zelfstandige Naamwoorden
Een bezittelijk voornaamwoord zoals 'suyo' vervangt een persoon of ding dat al genoemd is, en geeft aan van wie het is. Het gebruikt altijd het lidwoord (el, la, los, las) ervoor.
Komt Overeen met het Bezeten Object
'Suyo' moet overeenkomen in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) met het ding dat bezeten wordt, niet met de eigenaar.
De Dubbelzinnigheid van 'Suyo'
'Suyo' kan zijn, haar, uw (formeel), het (van iets), of hun betekenen. Als de betekenis onduidelijk is uit de context, verduidelijken Spanjaarden dit vaak door 'de él', 'de ella', of 'de usted' te zeggen.
Na het Zelfstandig Naamwoord Geplaatst
Wanneer 'suyo' als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, wordt het na het zelfstandig naamwoord geplaatst dat het beschrijft (bv. 'el coche suyo'). Dit contrasteert met de kortere bezittelijke vormen ('su coche').
Lange Bezittelijke Vormen
Deze 'lange' vorm (mío, tuyo, suyo, etc.) is minder gebruikelijk dan de korte vorm ('mi, tu, su'), maar wordt vaak gebruikt na 'un' of 'una' om 'een [ding] van mij/jou/hem' te betekenen.
Het Lidwoord Vergeten
Fout: “Este libro es suyo. (Geen lidwoord)”
Correctie: Este libro es el suyo. (Correct gebruik met 'el'.) Het lidwoord is essentieel wanneer 'suyo' als zelfstandig voornaamwoord fungeert.
Overmatig Gebruik van de Lange Vorm
Fout: “La casa suya es bonita.”
Correctie: Su casa es bonita. (Gebruik de kortere vorm 'su' vóór het zelfstandig naamwoord voor algemene beschrijvingen en hogere frequentie.)
Haar vs. Zijn/Haar/Hun
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.






