Inklingo

Hoe zeg je "zijn" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorzijnis estargebruik 'estar' voor locaties (waar iets zich bevindt) en tijdelijke toestanden of gevoelens (hoe iemand zich voelt).

estar🔊A1

Gebruik 'estar' voor locaties (waar iets zich bevindt) en tijdelijke toestanden of gevoelens (hoe iemand zich voelt).

Meer leren →
ser🔊A1

Gebruik 'ser' voor permanente eigenschappen, identiteit, afkomst, tijd, data en gebeurtenissen.

Meer leren →
son🔊A1

Dit is de 'zij/jullie zijn'-vorm van 'ser', gebruikt voor permanente eigenschappen of om te zeggen wie of wat iets is.

Meer leren →
está🔊A1

Dit is de 'hij/zij/het is'-vorm van 'estar', gebruikt voor locaties, tijdelijke toestanden of lopende acties (hij is aan het lezen).

Meer leren →
su🔊A1

Gebruik 'su' om aan te geven dat iets van 'hem', 'haar' of 'u' is (enkelvoud).

Meer leren →
A1

Dit is een informele, verkorte vorm van 'está', vaak gebruikt in gesproken taal om 'het is' aan te duiden.

Meer leren →
hacer🔊A1

Gebruik 'hacer' specifiek voor onpersoonlijke weersbeschrijvingen, zoals 'het is zonnig'.

Meer leren →
existir🔊A1

Gebruik 'existir' om aan te geven dat iets bestaat, aanwezig of beschikbaar is.

Meer leren →
sus🔊A1

Gebruik 'sus' om aan te geven dat iets van 'hen' of 'hun' is, of van 'hem/haar/u' bij meervoud.

Meer leren →
encuentra🔊A2

Gebruik 'encontrarse' (in de vorm 'encuentra' voor hij/zij/het) om de toestand of het welzijn van iemand te beschrijven.

Meer leren →
esté🔊A2

Gebruik 'esté' (subjunctief van 'estar') na uitdrukkingen van wens, twijfel of emotie.

Meer leren →
sean🔊A2

Gebruik 'sean' (subjunctief van 'ser' voor zij/jullie) na uitdrukkingen van wens, twijfel of emotie.

Meer leren →
quedan🔊A2

Gebruik 'quedar' (in de vorm 'quedan' voor zij/het) om aan te geven waar iets zich bevindt of gelegen is.

Meer leren →
suyo🔊A2

Gebruik 'suyo' om te verwijzen naar 'het ding dat van hem/haar/u is' of als 'een vriend van hem/haar/u'.

Meer leren →
tengan🔊A2

Gebruik 'tener' (in de vorm 'tengan' voor zij/jullie, subjunctief) na uitdrukkingen van wens of hoop, vooral als het om bezit of ervaring gaat.

Meer leren →
Dutch → Spaans

estar

ehs-TAResˈtaɾ

WerkwoordA1neutraal
Gebruik 'estar' voor locaties (waar iets zich bevindt) en tijdelijke toestanden of gevoelens (hoe iemand zich voelt).
Een kat zit op een stoel, wat het gebruik van 'estar' voor locatie illustreert.

Voorbeelden

El libro está en la mesa.

Het boek is op de tafel.

¿Dónde estás?

Waar ben je?

Estamos en el centro de Madrid.

Wij zijn in het centrum van Madrid.

Estoy muy cansado hoy.

Ik ben vandaag erg moe.

'Estar' voor Locatie (Het 'Waar'-werkwoord)

Gebruik 'estar' om te praten over de locatie van mensen, plaatsen en dingen. Als je kunt vragen 'Waar is het?', heb je bijna altijd 'estar' nodig.

'Estar' voor Toestanden (Het 'Hoe'-werkwoord)

Gebruik 'estar' voor tijdelijke staten, stemmingen en fysieke condities. Denk aan dingen die kunnen veranderen, zoals moe, blij of ziek zijn.

Gebruik van 'Ser' voor Locatie

Fout:Yo soy en la cocina.

Correctie: Yo estoy en la cocina. Voor fysieke locatie gebruik je altijd 'estar', nooit 'ser'.

Gebruik van 'Ser' voor Gevoelens

Fout:Soy cansado.

Correctie: Estoy cansado. Moe zijn is een tijdelijke toestand, dus het gebruikt 'estar'. 'Ser' is voor meer permanente eigenschappen, zoals 'Soy alto' (Ik ben lang).

ser

sehrseɾ

WerkwoordA1neutraal
Gebruik 'ser' voor permanente eigenschappen, identiteit, afkomst, tijd, data en gebeurtenissen.
Een vriendelijke dokter met een stethoscoop die naar zichzelf wijst met een glimlach, wat het gebruik van 'ser' voor beroepen en identiteit voorstelt.

Voorbeelden

Yo soy de España.

Ik ben uit Spanje.

Ella es alta y simpática.

Zij is lang en aardig.

Mi hermano es arquitecto.

Mijn broer is architect.

¿Qué hora es? Son las tres.

Hoe laat is het? Het is drie uur.

Ser versus Estar: De Grote Vraag

Gebruik 'ser' voor zaken die deel uitmaken van iemands identiteit of aard, zoals waar je vandaan komt, je beroep of je persoonlijkheid. Denk eraan als het beschrijven van de 'essentie' van iets.

Tijd en Data zijn 'Ser'

Wanneer je het hebt over de tijd op de klok, de dag van de week of de datum, is de regel eenvoudig: gebruik altijd 'ser'. Dit verschilt van het Nederlands, waar we vaak 'het is' gebruiken zonder expliciet werkwoord bij de tijdsaanduiding.

'Ser' voor Locatie van Evenementen

Dit is een lastige! Hoewel je 'estar' gebruikt voor de locatie van een persoon of object, gebruik je 'ser' om aan te geven waar een gepland evenement plaatsvindt. 'La boda es en la playa' (De bruiloft is op het strand).

Gebruik van 'Ser' voor Locatie

Fout:Yo soy en la casa.

Correctie: Om aan te geven waar iets *nu* is, gebruik je altijd 'estar': 'Yo estoy en la casa.' Je gebruikt 'ser' alleen voor waar je *vandaan* komt ('Soy de México') of waar een evenement plaatsvindt ('La fiesta es en mi casa'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we voor locatie altijd 'zijn' (zijn/liggen/staan) gebruiken.

Tijd verwarren met Gevoel/Weer

Fout:El día es nublado.

Correctie: Gebruik 'estar' voor tijdelijke omstandigheden zoals het weer: 'El día está nublado.' Gebruik 'ser' voor de tijd zelf: 'Es de día' (Het is dag).

son

sonson

WerkwoordA1neutraal
Dit is de 'zij/jullie zijn'-vorm van 'ser', gebruikt voor permanente eigenschappen of om te zeggen wie of wat iets is.
Een groep diverse mensen, waaronder een dokter, een kunstenaar en een leraar, die samen glimlachen om hun beroepen en identiteiten weer te geven.

Voorbeelden

Ellos son mis hermanos.

Zij zijn mijn broers.

Las sillas son de madera.

De stoelen zijn van hout.

Ustedes son de México, ¿verdad?

Jullie zijn uit Mexico, toch?

Van het werkwoord 'Ser'

'Son' is een vervoeging van het werkwoord 'ser', wat 'zijn' betekent. Je gebruikt 'son' als je het hebt over 'zij' of 'u/jullie' (meervoud of beleefd).

Wanneer gebruik je 'Ser' (en 'son')?

Gebruik 'ser' voor zaken die over het algemeen permanent zijn of deel uitmaken van een identiteit. Denk aan de afkorting DOCTOR: Descriptions (Beschrijvingen), Occupations (Beroepen), Characteristics (Eigenschappen), Time (Tijd), Origin (Oorsprong) en Relationships (Relaties).

Gebruik van 'son' voor locatie

Fout:Mis amigos son en el parque.

Correctie: Mis amigos están en el parque. Om aan te geven *waar* iets zich bevindt, gebruik je altijd een vorm van het werkwoord 'estar', niet 'ser'.

está

WerkwoordA1neutraal
Dit is de 'hij/zij/het is'-vorm van 'estar', gebruikt voor locaties, tijdelijke toestanden of lopende acties (hij is aan het lezen).

Voorbeelden

El baño está a la derecha.

De badkamer is rechts.

su

soosu

Bezittelijk voornaamwoordA1neutraal
Gebruik 'su' om aan te geven dat iets van 'hem', 'haar' of 'u' is (enkelvoud).
Een eenvoudig diagram dat een hand aan de linkerkant toont die wijst naar een boek dat door een persoon aan de rechterkant wordt vastgehouden, wat aangeeft dat het boek toebehoort aan die andere persoon.

Voorbeelden

Es su coche.

Het is zijn/haar/hun auto.

María busca su llave.

María zoekt haar sleutel.

Señor, ¿es su maleta?

Meneer, is dit uw koffer?

Eén Woord, Veel Betekenissen

'Su' is een superhandig woord dat 'zijn', 'haar', 'zijn/haar (van een ding)', 'uw' (formeel) of 'hun' kan betekenen. Je leidt af welke betekenis het heeft uit de context van het gesprek.

Meervoud maken: 'sus'

Als het bezitten ding meervoud is (zoals 'boeken'), voeg je een 's' toe om er 'sus' van te maken. Bijvoorbeeld: 'su libro' (zijn boek) wordt 'sus libros' (zijn boeken).

De meervouds-'s' vergeten

Fout:Es su zapatos.

Correctie: Son sus zapatos. Als het *ding* meervoud is (zapatos), moet je 'sus' gebruiken, zelfs als de eigenaar maar één persoon is.

'Su' en 'tu' door elkaar halen

Fout:Señor, ¿es tu coche?

Correctie: Señor, ¿es su coche? Gebruik 'su' als je iemand formeel aanspreekt ('usted'), en 'tu' als je iemand informeel aanspreekt ('jij').

WerkwoordA1informeel
Dit is een informele, verkorte vorm van 'está', vaak gebruikt in gesproken taal om 'het is' aan te duiden.

Voorbeelden

¡Tá bien, no te preocupes!

Het is goed, maak je geen zorgen!

hacer

ah-sehra'seɾ

WerkwoordA1neutraal
Gebruik 'hacer' specifiek voor onpersoonlijke weersbeschrijvingen, zoals 'het is zonnig'.
Een heldere zon die schijnt aan een strakblauwe hemel boven een groen veld, wat het gebruik van 'hacer' voor het weer vertegenwoordigt.

Voorbeelden

¿Qué tiempo hace hoy?

Wat voor weer is het vandaag?

Hace mucho calor en verano.

Het is erg heet in de zomer.

Ayer hizo mucho viento.

Het was gisteren erg winderig.

Gebruik altijd de 'Het'-vorm

Bij het praten over het weer gebruikt u bijna altijd de 'él/ella/usted' vorm, zoals 'hace' (het is) of 'hizo' (het was). Denk aan het weer zelf als degene die de actie 'uitvoert'.

Gebruik van 'Ser' of 'Estar'

Fout:Es frío. / Está frío.

Correctie: Hace frío. In het Nederlands zeggen we 'Het *is* koud'. Het is verleidelijk om 'es' of 'está' in het Spaans te gebruiken, maar voor dit soort weersbeschrijvingen moet u 'hacer' gebruiken.

existir

ehk-sees-TEEReɣ.sisˈtiɾ

WerkwoordA1neutraal
Gebruik 'existir' om aan te geven dat iets bestaat, aanwezig of beschikbaar is.
Een grote, massieve, gladde grijze rots staat alleen en gecentreerd op een effen witte ondergrond, wat realiteit en aanwezigheid symboliseert.

Voorbeelden

No creo que los unicornios realmente existan.

Ik geloof niet dat eenhoorns echt bestaan.

¿Existe algún problema con la conexión a internet?

Is er een probleem met de internetverbinding?

Este tipo de flor solo existe en las montañas.

Dit soort bloem bestaat alleen in de bergen.

Existir versus Haber (Onpersoonlijk)

Hoewel 'haber' (in de vorm 'hay') vaak wordt gebruikt om 'er is' of 'er zijn' te zeggen, wordt 'existir' gebruikt wanneer je de realiteit of aanwezigheid van iets wilt benadrukken, vooral in formelere of filosofische contexten. Het kan vervoegd worden voor meervoudige onderwerpen.

Aanzet voor de Aanvoegende Wijze

Wanneer je spreekt over dingen waarvan je het bestaan betwijfelt of ontkent, moet je de speciale werkwoordsvorm (aanvoegende wijs/subjuntivo) gebruiken. Bijvoorbeeld: 'Dudo que exista vida en Marte' (Ik betwijfel of er leven op Mars bestaat).

Verwarring tussen Ser en Existir

Fout:La vida es en otros planetas.

Correctie: La vida existe en otros planetas. ('Ser' beschrijft wat iets is; 'existir' bevestigt dat het echt en aanwezig is.)

sus

soossus

Bezittelijk voornaamwoordA1neutraal
Gebruik 'sus' om aan te geven dat iets van 'hen' of 'hun' is, of van 'hem/haar/u' bij meervoud.
Een persoon wijst naar verschillende kleurrijke boeken op tafel die toebehoren aan een andere groep mensen die in de buurt staat, wat het concept van 'hun boeken' illustreert.

Voorbeelden

Ellos aman a sus perros.

Zij houden van hun honden.

Sus ojos son azules.

Zijn/Haar ogen zijn blauw.

Profesora, ¿podemos usar sus lápices?

Leraar, mogen wij jullie potloden gebruiken?

Het gaat om de items, niet om de bezitter

Gebruik 'sus' wanneer de bezittingen meervoud zijn (meer dan één). Voor slechts één ding, gebruik je 'su'. Vergelijk: 'su libro' (één boek) versus 'sus libros' (meerdere boeken).

Wie is de bezitter?

'Sus' kan 'zijn', 'haar', 'hun' of 'uw/jullie' (voor een groep) betekenen. Je achterhaalt wie de bezitter is aan de hand van de rest van het gesprek.

Verwarring tussen 'Su' en 'Sus'

Fout:Él tiene su libros.

Correctie: Zeg 'Él tiene sus libros.' Het woord moet overeenkomen met het aantal *items*, niet met het aantal bezitters. Omdat 'libros' (boeken) meervoud is, moet je 'sus' gebruiken.

WerkwoordA2neutraal
Gebruik 'encontrarse' (in de vorm 'encuentra' voor hij/zij/het) om de toestand of het welzijn van iemand te beschrijven.

Voorbeelden

¿Cómo te encuentras hoy? Te ves cansado.

Hoe voel je je vandaag? Je ziet er moe uit.

esté

WerkwoordA2neutraal
Gebruik 'esté' (subjunctief van 'estar') na uitdrukkingen van wens, twijfel of emotie.

Voorbeelden

Espero que usted esté bien.

Ik hoop dat u het goed maakt.

sean

seh-ahnˈse.an

WerkwoordA2neutraal
Gebruik 'sean' (subjunctief van 'ser' voor zij/jullie) na uitdrukkingen van wens, twijfel of emotie.
Drie diverse kinderen staan samen, glimlachen vrolijk, verlicht door een grote, heldere, zwevende gouden ster, die een wens of hoop symboliseert.

Voorbeelden

Espero que sean felices en su nueva casa.

Ik hoop dat ze gelukkig zijn in hun nieuwe huis.

No creo que los resultados sean tan malos.

Ik denk niet dat de resultaten zo slecht zijn.

Para mí, es importante que ustedes sean honestos.

Voor mij is het belangrijk dat jullie eerlijk zijn.

De 'Misschien'-werkwoordsvorm (Subjunctief)

In het Spaans moet je vaak een speciale werkwoordsvorm gebruiken als je praat over dingen die geen vaststaande feiten zijn—zoals wensen, twijfels, emoties of mogelijkheden. 'Sean' is deze speciale vorm voor 'zij' en 'jullie'.

Signaalwoorden

Let op zinsdelen zoals 'espero que' (ik hoop dat), 'no creo que' (ik denk niet dat), en 'es importante que' (het is belangrijk dat). Dit zijn sterke aanwijzingen dat je 'sean' moet gebruiken in plaats van 'son'.

'Son' gebruiken in plaats van 'Sean'

Fout:Espero que son felices.

Correctie: Espero que sean felices. Na een 'signaalwoord' als 'espero que' verandert het werkwoord om aan te geven dat het een wens is en geen feit.

quedan

KAY-dahnˈkeðan

WerkwoordA2neutraal
Gebruik 'quedar' (in de vorm 'quedan' voor zij/het) om aan te geven waar iets zich bevindt of gelegen is.
Een rood speelgoedhuisje direct naast een grote eik, wat een fysieke locatie illustreert.

Voorbeelden

Los monumentos más antiguos quedan en el centro histórico.

De oudste monumenten zijn gelegen in het historische centrum.

¿Dónde quedan los baños?

Waar zijn de toiletten gelegen?

Quedan a solo dos cuadras de aquí.

Ze zijn gesitueerd op slechts twee blokken van hier.

Locatie zonder verandering

Gebruik 'quedan' (of 'queda') om te praten over een vaste locatie, zoals waar een gebouw of stad zich bevindt. Het is vaak uitwisselbaar met 'están' voor deze statische locaties.

suyo

soo-yohˈsu.ʝo

Voornaamwoord/Bijvoeglijk naamwoordA2neutraal
Gebruik 'suyo' om te verwijzen naar 'het ding dat van hem/haar/u is' of als 'een vriend van hem/haar/u'.
Een jongetje dat blij een felrode speelgoedkar vasthoudt, wat bezit illustreert.

Voorbeelden

Mi coche es rojo, pero el suyo es negro.

Mijn auto is rood, maar de zijne/de hare/de uwe is zwart.

¿Es esta chaqueta tuya o es la suya?

Is deze jas van jou, of is hij van hen?

Nuestra casa es más antigua que la suya.

Ons huis is ouder dan het hunne.

Un amigo suyo me llamó anoche.

Een vriend van hem/haar/hen belde me gisteravond.

Bezittelijke Voornaamwoorden Vervangen Zelfstandige Naamwoorden

Een bezittelijk voornaamwoord zoals 'suyo' vervangt een persoon of ding dat al genoemd is, en geeft aan van wie het is. Het gebruikt altijd het lidwoord (el, la, los, las) ervoor.

Komt Overeen met het Bezeten Object

'Suyo' moet overeenkomen in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) met het ding dat bezeten wordt, niet met de eigenaar.

De Dubbelzinnigheid van 'Suyo'

'Suyo' kan zijn, haar, uw (formeel), het (van iets), of hun betekenen. Als de betekenis onduidelijk is uit de context, verduidelijken Spanjaarden dit vaak door 'de él', 'de ella', of 'de usted' te zeggen.

Na het Zelfstandig Naamwoord Geplaatst

Wanneer 'suyo' als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, wordt het na het zelfstandig naamwoord geplaatst dat het beschrijft (bv. 'el coche suyo'). Dit contrasteert met de kortere bezittelijke vormen ('su coche').

Lange Bezittelijke Vormen

Deze 'lange' vorm (mío, tuyo, suyo, etc.) is minder gebruikelijk dan de korte vorm ('mi, tu, su'), maar wordt vaak gebruikt na 'un' of 'una' om 'een [ding] van mij/jou/hem' te betekenen.

Het Lidwoord Vergeten

Fout:Este libro es suyo. (Geen lidwoord)

Correctie: Este libro es el suyo. (Correct gebruik met 'el'.) Het lidwoord is essentieel wanneer 'suyo' als zelfstandig voornaamwoord fungeert.

Overmatig Gebruik van de Lange Vorm

Fout:La casa suya es bonita.

Correctie: Su casa es bonita. (Gebruik de kortere vorm 'su' vóór het zelfstandig naamwoord voor algemene beschrijvingen en hogere frequentie.)

tengan

TEN-gahnˈteŋ.ɡan

WerkwoordA2neutraal
Gebruik 'tener' (in de vorm 'tengan' voor zij/jullie, subjunctief) na uitdrukkingen van wens of hoop, vooral als het om bezit of ervaring gaat.
Een klein kind staat met ineengevouwen handen reikend naar een gloeiende, doorschijnende gouden sleutel die iets boven hen zweeft, wat de hoop symboliseert om iets te ontvangen.

Voorbeelden

Espero que todos ustedes tengan un feliz día.

Ik hoop dat jullie allemaal een fijne dag hebben.

Dudo que ellos tengan la culpa, pero investigaremos.

Ik betwijfel of zij de schuld hebben, maar we zullen onderzoeken.

No dejen que los niños tengan mucho miedo de la oscuridad.

Laat de kinderen niet te bang zijn voor het donker. (Letterlijk: laat ze niet te veel angst hebben)

De Speciale 'Wens'-Vorm (Aanvoegende Wijs)

De vorm 'tengan' wordt gebruikt wanneer men wensen, verlangens of emoties uitdrukt met betrekking tot wat een groep mensen (ellos/ustedes) 'heeft' of 'ervaart'. Het wordt gebruikt na werkwoorden zoals 'esperar' (hopen) of 'querer' (willen).

Gebruik Na Onpersoonlijke Uitdrukkingen

'Tengan' is vereist na uitdrukkingen die belangrijkheid of noodzaak signaleren, vooral wanneer het onderwerp verandert. Bijvoorbeeld: 'Es necesario que [ustedes] tengan los documentos.'

Aanvoegende Wijs versus Indicatief

Fout:Het gebruik van 'Espero que tienen' (Ik hoop dat ze hebben) in plaats van 'Espero que tengan'.

Correctie: Gebruik altijd 'tengan' na een uiting van hoop, twijfel of bevel gericht aan een groep ('ellos' of 'ustedes'). Het Spaans vereist deze 'speciale vorm' wanneer zekerheid ontbreekt.

Estar vs. Ser

De grootste valkuil voor beginners is het verwarren van 'estar' en 'ser'. Onthoud: 'ser' is voor permanente kenmerken (identiteit, herkomst) en 'estar' is voor tijdelijke toestanden en locaties. Vraag jezelf af: is het een deel van wie/wat het is, of is het hoe/waar het is op dit moment?

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.