Hoe zeg je "zijn" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “zijn” is “estar” — gebruik 'estar' voor locatie, tijdelijke toestanden, gevoelens en de meeste situaties waar het Nederlandse 'zijn' wordt gebruikt voor iets dat kan veranderen..
estar
/ehs-TAR//esˈtaɾ/

Voorbeelden
El gato está debajo de la mesa.
De kat is onder de tafel.
El libro está en la mesa.
Het boek is op de tafel.
¿Dónde estás?
Waar ben je?
Estamos en el centro de Madrid.
Wij zijn in het centrum van Madrid.
'Estar' voor Locatie (Het 'Waar'-werkwoord)
Gebruik 'estar' om te praten over de locatie van mensen, plaatsen en dingen. Als je kunt vragen 'Waar is het?', heb je bijna altijd 'estar' nodig.
'Estar' voor Toestanden (Het 'Hoe'-werkwoord)
Gebruik 'estar' voor tijdelijke staten, stemmingen en fysieke condities. Denk aan dingen die kunnen veranderen, zoals moe, blij of ziek zijn.
Gebruik van 'Ser' voor Locatie
Fout: “Yo soy en la cocina.”
Correctie: Yo estoy en la cocina. Voor fysieke locatie gebruik je altijd 'estar', nooit 'ser'.
Gebruik van 'Ser' voor Gevoelens
Fout: “Soy cansado.”
Correctie: Estoy cansado. Moe zijn is een tijdelijke toestand, dus het gebruikt 'estar'. 'Ser' is voor meer permanente eigenschappen, zoals 'Soy alto' (Ik ben lang).
ser
/sehr//seɾ/

Voorbeelden
Yo soy estudiante.
Ik ben student.
Yo soy de España.
Ik ben uit Spanje.
Ella es alta y simpática.
Zij is lang en aardig.
Mi hermano es arquitecto.
Mijn broer is architect.
Ser versus Estar: De Grote Vraag
Gebruik 'ser' voor zaken die deel uitmaken van iemands identiteit of aard, zoals waar je vandaan komt, je beroep of je persoonlijkheid. Denk eraan als het beschrijven van de 'essentie' van iets.
Tijd en Data zijn 'Ser'
Wanneer je het hebt over de tijd op de klok, de dag van de week of de datum, is de regel eenvoudig: gebruik altijd 'ser'. Dit verschilt van het Nederlands, waar we vaak 'het is' gebruiken zonder expliciet werkwoord bij de tijdsaanduiding.
'Ser' voor Locatie van Evenementen
Dit is een lastige! Hoewel je 'estar' gebruikt voor de locatie van een persoon of object, gebruik je 'ser' om aan te geven waar een gepland evenement plaatsvindt. 'La boda es en la playa' (De bruiloft is op het strand).
Gebruik van 'Ser' voor Locatie
Fout: “Yo soy en la casa.”
Correctie: Om aan te geven waar iets *nu* is, gebruik je altijd 'estar': 'Yo estoy en la casa.' Je gebruikt 'ser' alleen voor waar je *vandaan* komt ('Soy de México') of waar een evenement plaatsvindt ('La fiesta es en mi casa'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we voor locatie altijd 'zijn' (zijn/liggen/staan) gebruiken.
Tijd verwarren met Gevoel/Weer
Fout: “El día es nublado.”
Correctie: Gebruik 'estar' voor tijdelijke omstandigheden zoals het weer: 'El día está nublado.' Gebruik 'ser' voor de tijd zelf: 'Es de día' (Het is dag).
son
/son//son/

Voorbeelden
Ellos son altos.
Zij zijn lang.
Ellos son mis hermanos.
Zij zijn mijn broers.
Las sillas son de madera.
De stoelen zijn van hout.
Ustedes son de México, ¿verdad?
Jullie zijn uit Mexico, toch?
Van het werkwoord 'Ser'
'Son' is een vervoeging van het werkwoord 'ser', wat 'zijn' betekent. Je gebruikt 'son' als je het hebt over 'zij' of 'u/jullie' (meervoud of beleefd).
Wanneer gebruik je 'Ser' (en 'son')?
Gebruik 'ser' voor zaken die over het algemeen permanent zijn of deel uitmaken van een identiteit. Denk aan de afkorting DOCTOR: Descriptions (Beschrijvingen), Occupations (Beroepen), Characteristics (Eigenschappen), Time (Tijd), Origin (Oorsprong) en Relationships (Relaties).
Gebruik van 'son' voor locatie
Fout: “Mis amigos son en el parque.”
Correctie: Mis amigos están en el parque. Om aan te geven *waar* iets zich bevindt, gebruik je altijd een vorm van het werkwoord 'estar', niet 'ser'.
Voorbeelden
Ella está en casa.
Zij is thuis.
su
/soo//su/

Voorbeelden
Es su libro.
Het is zijn/haar/hun/uw boek.
Es su coche.
Het is zijn/haar/hun auto.
María busca su llave.
María zoekt haar sleutel.
Señor, ¿es su maleta?
Meneer, is dit uw koffer?
Eén Woord, Veel Betekenissen
'Su' is een superhandig woord dat 'zijn', 'haar', 'zijn/haar (van een ding)', 'uw' (formeel) of 'hun' kan betekenen. Je leidt af welke betekenis het heeft uit de context van het gesprek.
Meervoud maken: 'sus'
Als het bezitten ding meervoud is (zoals 'boeken'), voeg je een 's' toe om er 'sus' van te maken. Bijvoorbeeld: 'su libro' (zijn boek) wordt 'sus libros' (zijn boeken).
De meervouds-'s' vergeten
Fout: “Es su zapatos.”
Correctie: Son sus zapatos. Als het *ding* meervoud is (zapatos), moet je 'sus' gebruiken, zelfs als de eigenaar maar één persoon is.
'Su' en 'tu' door elkaar halen
Fout: “Señor, ¿es tu coche?”
Correctie: Señor, ¿es su coche? Gebruik 'su' als je iemand formeel aanspreekt ('usted'), en 'tu' als je iemand informeel aanspreekt ('jij').
hacer
/ah-sehr//a'seɾ/

Voorbeelden
Hace frío hoy.
Het is koud vandaag.
¿Qué tiempo hace hoy?
Wat voor weer is het vandaag?
Hace mucho calor en verano.
Het is erg heet in de zomer.
Ayer hizo mucho viento.
Het was gisteren erg winderig.
Gebruik altijd de 'Het'-vorm
Bij het praten over het weer gebruikt u bijna altijd de 'él/ella/usted' vorm, zoals 'hace' (het is) of 'hizo' (het was). Denk aan het weer zelf als degene die de actie 'uitvoert'.
Gebruik van 'Ser' of 'Estar'
Fout: “Es frío. / Está frío.”
Correctie: Hace frío. In het Nederlands zeggen we 'Het *is* koud'. Het is verleidelijk om 'es' of 'está' in het Spaans te gebruiken, maar voor dit soort weersbeschrijvingen moet u 'hacer' gebruiken.
existir
/ehk-sees-TEER//eɣ.sisˈtiɾ/

Voorbeelden
No existe tal cosa.
Zoiets bestaat niet.
No creo que los unicornios realmente existan.
Ik geloof niet dat eenhoorns echt bestaan.
¿Existe algún problema con la conexión a internet?
Is er een probleem met de internetverbinding?
Este tipo de flor solo existe en las montañas.
Dit soort bloem bestaat alleen in de bergen.
Existir versus Haber (Onpersoonlijk)
Hoewel 'haber' (in de vorm 'hay') vaak wordt gebruikt om 'er is' of 'er zijn' te zeggen, wordt 'existir' gebruikt wanneer je de realiteit of aanwezigheid van iets wilt benadrukken, vooral in formelere of filosofische contexten. Het kan vervoegd worden voor meervoudige onderwerpen.
Aanzet voor de Aanvoegende Wijze
Wanneer je spreekt over dingen waarvan je het bestaan betwijfelt of ontkent, moet je de speciale werkwoordsvorm (aanvoegende wijs/subjuntivo) gebruiken. Bijvoorbeeld: 'Dudo que exista vida en Marte' (Ik betwijfel of er leven op Mars bestaat).
Verwarring tussen Ser en Existir
Fout: “La vida es en otros planetas.”
Correctie: La vida existe en otros planetas. ('Ser' beschrijft wat iets is; 'existir' bevestigt dat het echt en aanwezig is.)
sus
/soos//sus/

Voorbeelden
Ellos cuidan sus mascotas.
Zij zorgen voor hun huisdieren.
Ellos aman a sus perros.
Zij houden van hun honden.
Sus ojos son azules.
Zijn/Haar ogen zijn blauw.
Profesora, ¿podemos usar sus lápices?
Leraar, mogen wij jullie potloden gebruiken?
Het gaat om de items, niet om de bezitter
Gebruik 'sus' wanneer de bezittingen meervoud zijn (meer dan één). Voor slechts één ding, gebruik je 'su'. Vergelijk: 'su libro' (één boek) versus 'sus libros' (meerdere boeken).
Wie is de bezitter?
'Sus' kan 'zijn', 'haar', 'hun' of 'uw/jullie' (voor een groep) betekenen. Je achterhaalt wie de bezitter is aan de hand van de rest van het gesprek.
Verwarring tussen 'Su' en 'Sus'
Fout: “Él tiene su libros.”
Correctie: Zeg 'Él tiene sus libros.' Het woord moet overeenkomen met het aantal *items*, niet met het aantal bezitters. Omdat 'libros' (boeken) meervoud is, moet je 'sus' gebruiken.
encontrarse
en-kohn-TRAR-seh/enkonˈtɾaɾse/

Voorbeelden
¿Cómo te encuentras después de la operación?
Hoe voel je je na de operatie?
¿Cómo te encuentras hoy? Te ves cansado.
Hoe voel je je vandaag? Je ziet er moe uit.
Me encuentro muy feliz con las noticias.
Ik voel me erg blij met het nieuws.
Después del viaje, se encontraron agotados.
Na de reis waren ze uitgeput.
Toestand versus Identiteit
Gebruik 'encontrarse' (of 'estar') voor hoe je je nu voelt (een tijdelijke toestand), maar gebruik 'ser' voor wie je bent (een permanente identiteit of eigenschap).
Het weglaten van het Voornaamwoord
Fout: “Yo encuentro bien.”
Correctie: Yo me encuentro bien. (Het reflexieve voornaamwoord 'me' is vereist omdat het werkwoord 'encontrarse' is, niet 'encontrar'.)
sean
/seh-ahn//ˈse.an/

Voorbeelden
Espero que sean amables.
Ik hoop dat ze vriendelijk zijn.
Espero que sean felices en su nueva casa.
Ik hoop dat ze gelukkig zijn in hun nieuwe huis.
No creo que los resultados sean tan malos.
Ik denk niet dat de resultaten zo slecht zijn.
Para mí, es importante que ustedes sean honestos.
Voor mij is het belangrijk dat jullie eerlijk zijn.
De 'Misschien'-werkwoordsvorm (Subjunctief)
In het Spaans moet je vaak een speciale werkwoordsvorm gebruiken als je praat over dingen die geen vaststaande feiten zijn—zoals wensen, twijfels, emoties of mogelijkheden. 'Sean' is deze speciale vorm voor 'zij' en 'jullie'.
Signaalwoorden
Let op zinsdelen zoals 'espero que' (ik hoop dat), 'no creo que' (ik denk niet dat), en 'es importante que' (het is belangrijk dat). Dit zijn sterke aanwijzingen dat je 'sean' moet gebruiken in plaats van 'son'.
'Son' gebruiken in plaats van 'Sean'
Fout: “Espero que son felices.”
Correctie: Espero que sean felices. Na een 'signaalwoord' als 'espero que' verandert het werkwoord om aan te geven dat het een wens is en geen feit.
Voorbeelden
Quiero que usted esté aquí pronto.
Ik wil dat u spoedig hier bent.
quedan
KAY-dahn/ˈkeðan/

Voorbeelden
Las tiendas quedan en la calle principal.
De winkels bevinden zich in de hoofdstraat.
Los monumentos más antiguos quedan en el centro histórico.
De oudste monumenten zijn gelegen in het historische centrum.
¿Dónde quedan los baños?
Waar zijn de toiletten gelegen?
Quedan a solo dos cuadras de aquí.
Ze zijn gesitueerd op slechts twee blokken van hier.
Locatie zonder verandering
Gebruik 'quedan' (of 'queda') om te praten over een vaste locatie, zoals waar een gebouw of stad zich bevindt. Het is vaak uitwisselbaar met 'están' voor deze statische locaties.
tengan
/TEN-gahn//ˈteŋ.ɡan/

Voorbeelden
Espero que tengan un buen viaje.
Ik hoop dat jullie een goede reis hebben.
Espero que todos ustedes tengan un feliz día.
Ik hoop dat jullie allemaal een fijne dag hebben.
Dudo que ellos tengan la culpa, pero investigaremos.
Ik betwijfel of zij de schuld hebben, maar we zullen onderzoeken.
No dejen que los niños tengan mucho miedo de la oscuridad.
Laat de kinderen niet te bang zijn voor het donker. (Letterlijk: laat ze niet te veel angst hebben)
De Speciale 'Wens'-Vorm (Aanvoegende Wijs)
De vorm 'tengan' wordt gebruikt wanneer men wensen, verlangens of emoties uitdrukt met betrekking tot wat een groep mensen (ellos/ustedes) 'heeft' of 'ervaart'. Het wordt gebruikt na werkwoorden zoals 'esperar' (hopen) of 'querer' (willen).
Gebruik Na Onpersoonlijke Uitdrukkingen
'Tengan' is vereist na uitdrukkingen die belangrijkheid of noodzaak signaleren, vooral wanneer het onderwerp verandert. Bijvoorbeeld: 'Es necesario que [ustedes] tengan los documentos.'
Aanvoegende Wijs versus Indicatief
Fout: “Het gebruik van 'Espero que tienen' (Ik hoop dat ze hebben) in plaats van 'Espero que tengan'.”
Correctie: Gebruik altijd 'tengan' na een uiting van hoop, twijfel of bevel gericht aan een groep ('ellos' of 'ustedes'). Het Spaans vereist deze 'speciale vorm' wanneer zekerheid ontbreekt.
suyo
/soo-yoh//ˈsu.ʝo/

Voorbeelden
Mi casa es grande, la suya es pequeña.
Mijn huis is groot, het zijne/hare/uw/hunne is klein.
Mi coche es rojo, pero el suyo es negro.
Mijn auto is rood, maar de zijne/de hare/de uwe is zwart.
¿Es esta chaqueta tuya o es la suya?
Is deze jas van jou, of is hij van hen?
Nuestra casa es más antigua que la suya.
Ons huis is ouder dan het hunne.
Bezittelijke Voornaamwoorden Vervangen Zelfstandige Naamwoorden
Een bezittelijk voornaamwoord zoals 'suyo' vervangt een persoon of ding dat al genoemd is, en geeft aan van wie het is. Het gebruikt altijd het lidwoord (el, la, los, las) ervoor.
Komt Overeen met het Bezeten Object
'Suyo' moet overeenkomen in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) met het ding dat bezeten wordt, niet met de eigenaar.
De Dubbelzinnigheid van 'Suyo'
'Suyo' kan zijn, haar, uw (formeel), het (van iets), of hun betekenen. Als de betekenis onduidelijk is uit de context, verduidelijken Spanjaarden dit vaak door 'de él', 'de ella', of 'de usted' te zeggen.
Na het Zelfstandig Naamwoord Geplaatst
Wanneer 'suyo' als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, wordt het na het zelfstandig naamwoord geplaatst dat het beschrijft (bv. 'el coche suyo'). Dit contrasteert met de kortere bezittelijke vormen ('su coche').
Lange Bezittelijke Vormen
Deze 'lange' vorm (mío, tuyo, suyo, etc.) is minder gebruikelijk dan de korte vorm ('mi, tu, su'), maar wordt vaak gebruikt na 'un' of 'una' om 'een [ding] van mij/jou/hem' te betekenen.
Het Lidwoord Vergeten
Fout: “Este libro es suyo. (Geen lidwoord)”
Correctie: Este libro es el suyo. (Correct gebruik met 'el'.) Het lidwoord is essentieel wanneer 'suyo' als zelfstandig voornaamwoord fungeert.
Overmatig Gebruik van de Lange Vorm
Fout: “La casa suya es bonita.”
Correctie: Su casa es bonita. (Gebruik de kortere vorm 'su' vóór het zelfstandig naamwoord voor algemene beschrijvingen en hogere frequentie.)
Verwarring tussen 'ser' en 'estar'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.











