Hoe zeg je "hoog" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “hoog” is “alto” — gebruik 'alto' voor fysieke hoogte van objecten, personen, gebouwen, of voor abstracte begrippen zoals prijzen of salarissen..
alto
/al-toh//ˈalto/

Voorbeelden
El edificio es muy alto.
Het gebouw is erg hoog.
Mi hermano es muy alto.
Mijn broer is erg lang.
La montaña es muy alta.
De berg is erg hoog.
Puso el libro en el estante más alto.
Ze legde het boek op de hoogste plank.
Aansluiten bij het Zelfstandig Naamwoord
Net als de meeste beschrijvende woorden in het Spaans, verandert 'alto' om aan te sluiten bij de persoon of het ding dat het beschrijft. Gebruik 'alto' voor mannelijke dingen ('el edificio alto') en 'alta' voor vrouwelijke dingen ('la chica alta'). Dit is vergelijkbaar met hoe je in het Nederlands 'de lange man' en 'de lange vrouw' zegt, maar in het Spaans verandert het bijvoeglijk naamwoord zelf.
Ser vs. Estar met 'alto'
Gebruik 'ser' voor permanente hoogte ('Él es alto' - Hij is een lang persoon). Gebruik 'estar' voor tijdelijke of relatieve hoogte ('La marea está alta' - Het tij is nu hoog). Dit onderscheid tussen permanente eigenschap (ser) en tijdelijke toestand (estar) is cruciaal, net als in het Nederlands bij 'Hij is lang' (ser) versus 'De vloer is nat' (estar).
Lang vs. Ver (Hoogte vs. Lengte)
Fout: “El río es muy alto.”
Correctie: El río es muy largo. Gebruik 'alto' voor verticale hoogte (omhoog en omlaag) en 'largo' voor horizontale lengte (van links naar rechts). Nederlanders verwarren dit soms met 'hoog' (verticale hoogte) en 'lang' (horizontale lengte).
subido
soo-BEE-doh/suˈβiðo/

Voorbeelden
El precio de la gasolina ha subido mucho.
De prijs van benzine is erg gestegen/hoog.
El diseñador usó un color verde subido para el fondo.
De ontwerper gebruikte een intense groene kleur voor de achtergrond.
Los precios de la vivienda han estado muy subidos este año.
De huizenprijzen zijn dit jaar erg hoog geweest.
Naamvallen en Overeenkomst
Net als de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, moet 'subido' overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft in geslacht (subida) en getal (subidos/subidas). Dit is vergelijkbaar met hoe Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden soms verbuigen, maar in het Spaans is het strikter gekoppeld aan de uitgang.
crecido
kreh-SEE-doh/kɾeˈsiðo/

Voorbeelden
El río está crecido y no se puede cruzar.
De rivier is hoog/gezwollen en kan niet overgestoken worden.
Tengan cuidado, el río está muy crecido y es peligroso cruzarlo.
Wees voorzichtig, de rivier is erg gezwollen/hoog en het is gevaarlijk om hem over te steken.
Después del deshielo, el arroyo siempre viene crecido.
Na de dooi komt de beek altijd hoog/gezwollen.
Altijd gebruikt met 'Estar'
Wanneer het verwijst naar waterstanden, beschrijft 'crecido' de tijdelijke, huidige toestand van de rivier of beek, dus het hoort altijd bij 'estar' (zijn).
Verwarring tussen 'alto' en 'subido'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


