Hoe zeg je "ongeval" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ongeval” is “accidente” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Tuve un pequeño accidente en la cocina y me quemé la mano.
Ik had een klein ongelukje in de keuken en heb mijn hand verbrand.
El tráfico está terrible por un accidente en la autopista.
Het verkeer is verschrikkelijk door een ongeval op de snelweg.
Fue un accidente, no lo hizo a propósito.
Het was een ongeluk, hij deed het niet expres.
Het is een Mannelijk Woord
Hoewel 'accidente' eindigt op '-e', is het een mannelijk woord. Zeg altijd 'el accidente' of 'un accidente'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar woorden die op '-e' eindigen vaak vrouwelijk zijn (de tafel) of onzijdig (het huis).
'Tener' vs. 'Sufrir'
Fout: “Je kunt 'tener un accidente' (een ongeluk hebben) zeggen, wat heel gebruikelijk is. Maar bij ernstigere gebeurtenissen hoor je misschien 'sufrir un accidente'.”
Correctie: 'Sufrir un accidente' voegt een gevoel van ernst toe, vergelijkbaar met 'een ongeval ondergaan'. Voorbeeld: 'Sufrió un grave accidente.' (Hij heeft een ernstig ongeval meegemaakt.)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.