Hoe zeg je "crash" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “crash” is “choque” — gebruik 'choque' specifiek voor een botsing tussen voertuigen, zoals een auto-ongeluk..
choque
CHOH-keh/ˈtʃo.ke/

Voorbeelden
El choque entre los dos coches fue muy fuerte.
De botsing tussen de twee auto's was erg hevig.
Llamaron a la policía después del choque.
Ze belden de politie na de crash.
El choque frontal dejó a los conductores heridos.
De frontale botsing liet de bestuurders gewond achter.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'choque' altijd een mannelijk woord is, dus je moet 'el' of 'un' ervoor gebruiken. Dit is vergelijkbaar met hoe je in het Nederlands 'de' gebruikt voor woorden als 'de klap' of 'de botsing'.
Verwarring tussen 'choque' en 'chocar'
Fout: “Het gebruik van 'yo choque' als je 'yo choqué' (ik botste) bedoelt.”
Correctie: 'Choque' is het zelfstandig naamwoord (de botsing zelf). Gebruik het werkwoord 'chocar' (botsen) voor acties. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de klap' (zelfst. nw.) en 'klappen' (ww.) duidelijk verschillen.
accidente
/ak-see-DEN-tay//ak.siˈðen.te/

Voorbeelden
Tuve un pequeño accidente en la cocina y me quemé la mano.
Ik had een klein ongelukje in de keuken en heb mijn hand verbrand.
El tráfico está terrible por un accidente en la autopista.
Het verkeer is verschrikkelijk door een ongeval op de snelweg.
Fue un accidente, no lo hizo a propósito.
Het was een ongeluk, hij deed het niet expres.
Het is een Mannelijk Woord
Hoewel 'accidente' eindigt op '-e', is het een mannelijk woord. Zeg altijd 'el accidente' of 'un accidente'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar woorden die op '-e' eindigen vaak vrouwelijk zijn (de tafel) of onzijdig (het huis).
'Tener' vs. 'Sufrir'
Fout: “Je kunt 'tener un accidente' (een ongeluk hebben) zeggen, wat heel gebruikelijk is. Maar bij ernstigere gebeurtenissen hoor je misschien 'sufrir un accidente'.”
Correctie: 'Sufrir un accidente' voegt een gevoel van ernst toe, vergelijkbaar met 'een ongeval ondergaan'. Voorbeeld: 'Sufrió un grave accidente.' (Hij heeft een ernstig ongeval meegemaakt.)
colapso
/ko-LAP-so//koˈlapso/

Voorbeelden
Hubo un colapso total del tráfico en el centro.
Er was een totale verkeersopstopping in het centrum.
El sistema de salud está al borde del colapso.
Het gezondheidszorgsysteem staat op de rand van instorten.
La burbuja inmobiliaria provocó un colapso económico.
De huizenbubbel veroorzaakte een economische crash.
Altijd Mannelijk (het lidwoord)
Dit woord is altijd mannelijk (mannelijk/de-woord). Je gebruikt er altijd 'el' of 'un' mee, ongeacht wat er instort. In het Nederlands is 'de ineenstorting' een de-woord.
Verwar het niet met het werkwoord
Fout: “El tráfico colapso.”
Correctie: El tráfico colapsó (werkwoord) of Hubo un colapso (zelfstandig naamwoord).
Accidente vs. Choque
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


