Hoe zeg je "terugreis" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “terugreis” is “regreso” — gebruik 'regreso' om de handeling van het terugkeren of de terugreis zelf te benoemen, vaak met een focus op het eindpunt of de voltooiing van de reis..
regreso
/rreh-GREH-soh//reˈɡɾeso/

Voorbeelden
El regreso a casa fue muy tranquilo.
De terugkeer naar huis was erg rustig.
Estamos esperando el regreso del director.
We wachten op de terugkeer van de directeur.
Su regreso al equipo fue una gran noticia para los aficionados.
Zijn comeback in het team was geweldig nieuws voor de fans.
Een Zelfstandig Naamwoord: Het Ding of Idee
Wanneer je 'regreso' ziet met woorden als 'el', 'un' of 'mi' ervoor, is het een zelfstandig naamwoord. Het gaat over het idee van een terugkeer, niet de actie zelf. Bijvoorbeeld: 'El regreso' betekent 'De terugkeer'.
Verwarring tussen 'Regreso' en 'Vuelta'
Fout: “Het gebruik van 'regreso' wanneer 'vuelta' natuurlijker klinkt, bijvoorbeeld bij een korte tocht.”
Correctie: Beide betekenen 'terugkeer', maar 'vuelta' is gebruikelijk voor korte uitstapjes ('doy una vuelta' - ik maak een ommetje). 'Regreso' impliceert sterk het terugkeren naar waar je vandaan kwam.
vuelta
/bwel-ta//ˈbwelta/

Voorbeelden
Prefiero comprar un billete de ida y vuelta.
Ik koop liever een retourticket.
La vuelta a casa fue más tranquila.
De terugreis naar huis was rustiger.
Te llamo a la vuelta de mis vacaciones.
Ik bel je bij mijn terugkeer van vakantie.
Regreso vs. Vuelta
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

