regreso
“regreso” betekent “terugkeer” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
terugkeer
Ook: terugreis, comeback
📝 In Actie
El regreso a casa fue muy tranquilo.
A2De terugkeer naar huis was erg rustig.
Estamos esperando el regreso del director.
B1We wachten op de terugkeer van de directeur.
Su regreso al equipo fue una gran noticia para los aficionados.
B2Zijn comeback in het team was geweldig nieuws voor de fans.
ik keer terug
Ook: ik kom terug, ik ga terug
📝 In Actie
Regreso a la oficina después de almorzar.
A1Ik keer terug naar kantoor na het lunchen.
Normalmente regreso a pie, pero hoy llueve.
A2Normaal kom ik te voet terug, maar vandaag regent het.
Si no encuentro el libro, regreso a la tienda mañana.
B1Als ik het boek niet vind, ga ik morgen terug naar de winkel.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: regreso
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'regreso' als een zelfstandig naamwoord (een idee), en niet als een werkwoord (een actie)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'regressus', wat 'een teruggaan' of 'een terugkeer' betekent. Het is opgebouwd uit 're-', wat 'terug' betekent, en 'gradī', wat 'stappen' of 'lopen' betekent. Het betekent dus letterlijk 'terugstappen'!
Eerste vermelding: 15th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het echte verschil tussen 'regresar' en 'volver'?
Ze liggen heel dicht bij elkaar en je kunt vaak beide gebruiken. Zie het zo: 'volver' is iets gebruikelijker in alledaagse, informele gesprekken. 'Regresar' is ook perfect normaal, maar kan soms iets formeler of specifieker klinken, waarbij de reis terug naar het startpunt echt wordt benadrukt.
Hoe kan ik zien of 'regreso' een zelfstandig naamwoord of een werkwoord is?
Kijk naar aanwijzingen! Als je 'el', 'un', 'mi' of een ander beschrijvend woord direct ervoor ziet, is het het zelfstandig naamwoord: 'el regreso' (de terugkeer). Als het de hoofdactie van de zin is, vaak aan het begin, is het het werkwoord: 'Regreso a las 8' (Ik keer terug om 8 uur).

