Inklingo

Hoe zeg je "verwoest" in het Spaans

Dutch → Spaans

destruido

des-TRU-ee-doh/desˈtɾwiðo/

Adjectief / Voltooid deelwoordB1 / A2Neutraal
Gebruik 'destruido' als bijvoeglijk naamwoord om de staat van iets aan te duiden dat vernietigd is, of als voltooid deelwoord om de actie van vernietigen te beschrijven.
Een instortende stenen kasteelmuur, gedeeltelijk ingestort en bedekt met klimop, wat een verwoeste staat illustreert.

Voorbeelden

El edificio quedó completamente destruido después del terremoto.

Het gebouw bleef volledig verwoest achter na de aardbeving.

El castillo medieval quedó completamente destruido por el incendio.

Het middeleeuwse kasteel was door de brand volledig verwoest achtergebleven.

Después de la derrota, el equipo se sintió moralmente destruido.

Na de nederlaag voelde het team zich moreel verwoest (vernield).

Hemos destruido todos los documentos antiguos.

We hebben alle oude documenten vernietigd.

Verbuiging van het Bijvoeglijk Naamwoord

Als bijvoeglijk naamwoord moet 'destruido' zijn uitgang aanpassen aan het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft qua geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud): 'la ciudad destruida', 'los coches destruidos'.

Vaste Vorm bij 'Haber'

Wanneer het gebruikt wordt om voltooid tijden te vormen (zoals 'he destruido', 'has destruido'), verandert het deelwoord nooit. Het blijft altijd 'destruido', ongeacht het onderwerp of lijdend voorwerp. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'hebben vernietigd' zeggen, maar het Spaans houdt de vorm vast.

Vergeten van Geslachtsaanpassing

Fout:La casa está destruido.

Correctie: La casa está destruida. (Omdat 'casa' vrouwelijk is, moet het bijvoeglijk naamwoord vrouwelijk zijn.)

Het Deelwoord Veranderen bij 'Haber'

Fout:Ellos han destruidos las cajas.

Correctie: Ellos han destruido las cajas. (Het deelwoord 'destruido' blijft mannelijk enkelvoud als het met 'haber' gebruikt wordt.)

arruinó

Werkwoord (verleden tijd)B1Neutraal
Gebruik 'arruinó' om een specifieke gebeurtenis in het verleden aan te duiden waarbij iets (vaak financieel of qua resultaat) compleet is verwoest of geruïneerd.

Voorbeelden

La crisis económica arruinó el negocio familiar.

De economische crisis verwoestte het familiebedrijf.

Werkwoord versus bijvoeglijk naamwoord/deelwoord

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'arruinó' (een specifieke verleden tijd van het werkwoord 'ruinar') met 'destruido' (het voltooid deelwoord van 'destruir'). Gebruik 'arruinó' voor de actie die iets heeft verwoest, en 'destruido' voor de staat waarin iets verkeert na de verwoesting.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.