Hoe zeg je "vluchten" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “vluchten” is “escapar” — gebruik 'escapar' wanneer iemand actief probeert te ontsnappen aan een situatie, zoals aan de politie of uit een gevangenis..
escapar
/es-kah-PAHR//es.kaˈpaɾ/

Voorbeelden
El preso intentó escapar de la cárcel durante la noche.
De gevangene probeerde 's nachts uit de gevangenis te ontsnappen.
El ladrón logró escapar de la policía después de la persecución.
De dief wist na de achtervolging aan de politie te ontsnappen.
Necesitamos escapar de la rutina por un fin de semana.
We moeten er even tussenuit (wegkomen) van de routine voor een weekend.
El gato siempre escapa por la ventana abierta.
De kat ontsnapt altijd door het open raam.
Gebruik van 'de' voor de oorsprong
Wanneer je aangeeft aan welke plaats of zaak je ontsnapt, gebruik je altijd het voorzetsel 'de': 'escapar de la casa' (ontsnappen uit het huis). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'uit' of 'van'.
Het weglaten van het voorzetsel
Fout: “Quiero escapar el trabajo.”
Correctie: Quiero escapar del trabajo. (De 'de' is essentieel om de bron van de ontsnapping aan te geven, net als in het Nederlands 'ontsnappen aan het werk'.)
huir
/oo-EER//wˈiɾ/

Voorbeelden
Los animales huían del incendio forestal.
De dieren vluchtten voor de bosbrand.
Cuando vio el humo, el perro huyó de la casa.
Toen hij de rook zag, vluchtte de hond het huis uit.
Los ladrones huyeron de la escena antes de que llegara la policía.
De dieven ontkwamen aan de plaats delict voordat de politie arriveerde.
¡Huye antes de que te atrapen!
Ren weg voordat ze je pakken!
De 'Y'-onregelmatigheid
Dit werkwoord is lastig omdat de 'i' verandert in een 'y' (huyo, huyes, huye) wanneer deze naast een klinkerklank staat, behalve in de 'wij' en 'jullie (Spanje)' vormen van de tegenwoordige tijd.
Gebruik van 'de'
Wanneer je aangeeft waar je voor vlucht, gebruik je bijna altijd het voorzetsel 'de' (van), zoals in 'huir de la ciudad' (de stad ontvluchten).
De 'Y' vergeten
Fout: “Yo huio”
Correctie: Yo huyo. Onthoud dat de 'i' verandert in een 'y' in de 'ik'-vorm van de tegenwoordige tijd om de uitspraak vloeiender te maken.
vuelos
/BWEH-lohs//ˈbwelos/

Voorbeelden
Necesito reservar vuelos para mis vacaciones.
Ik moet vluchten boeken voor mijn vakantie.
Los vuelos a Madrid son muy baratos este mes.
De vluchten naar Madrid zijn deze maand erg goedkoop.
Observamos los vuelos de las aves migratorias.
We observeerden de vluchten van de trekvogels.
Meervoudsvorming (Vergelijking met Nederlands)
Omdat 'vuelos' meervoud is, moeten bijvoeglijke naamwoorden die het beschrijven ook in het meervoud staan, zoals 'vuelos largos' (lange vluchten). In het Nederlands voegen we vaak een '-e' toe of gebruiken we het meervoud van het zelfstandig naamwoord (vluchten).
Vuelos vs. Vueles
Fout: “Het gebruik van 'vuelos' wanneer je 'vueles' bedoelt.”
Correctie: 'Vuelos' is het zelfstandig naamwoord (vluchten), maar 'vueles' is de werkwoordsvorm voor 'jij vliegt' in bepaalde contexten, zoals 'Ik wil dat jij vliegt' (Quiero que vueles).
Verwarring tussen 'escapar' en 'huir'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


