Hoe zeg je "wind" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “wind” is “viento” — gebruik 'viento' voor de natuurkundige beweging van lucht, zoals een briesje of een storm..
viento
bee-EHN-toh/ˈbjen.to/

Voorbeelden
El viento cerró la puerta de golpe.
De wind sloeg de deur dicht.
Dicen que mañana hará mucho viento, así que no vayas a la playa.
Ze zeggen dat het morgen erg winderig wordt, dus ga niet naar het strand.
Necesitamos un buen viento para que el barco pueda avanzar.
We hebben een goede wind nodig zodat de boot vooruit kan komen.
Gebruik van 'Hacer' voor Weer
Om te zeggen 'het waait', gebruikt het Spaans het werkwoord 'hacer' (doen/maken): 'Hace viento.' Je zegt niet 'Es viento' (Het is wind).
Verwarring tussen Viento en Aire
Fout: “Het gebruik van 'aire' bij het praten over sterke beweging, bijvoorbeeld 'el aire es muy fuerte.'”
Correctie: Gebruik 'viento' voor sterke, merkbare atmosferische beweging. 'Aire' verwijst vaak naar de substantie die we inademen of een lichte bries.
aire
/ai-reh//ˈai.ɾe/

Voorbeelden
Necesito un poco de aire fresco.
Ik heb een beetje frisse lucht nodig.
El aire acondicionado no funciona.
De airconditioning werkt niet.
Vamos a comer al aire libre.
Laten we buiten gaan eten.
Altijd 'el aire'
Hoewel het eindigt op een '-e', is 'aire' een mannelijk woord. Je zegt dus altijd 'el aire' (de lucht) of 'un aire' (een lucht).
Gebruik van 'la' in plaats van 'el'
Fout: “Me gusta la aire de la mañana.”
Correctie: Me gusta el aire de la mañana. Onthoud gewoon dat 'aire' een mannelijk woord is, dus het gebruikt 'el'.
Viento of Aire?
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

