Inklingo

Hoe zeg je "lucht" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorluchtis airegebruik 'aire' als je het hebt over de lucht die we inademen, de atmosfeer om ons heen, of als je het letterlijk over 'lucht' hebt in de zin van ruimte..

aire🔊A1

Gebruik 'aire' als je het hebt over de lucht die we inademen, de atmosfeer om ons heen, of als je het letterlijk over 'lucht' hebt in de zin van ruimte.

Meer leren →
cielo🔊A1

Gebruik 'cielo' wanneer je verwijst naar de lucht zoals je die ziet, de blauwe hemel boven ons, of de ruimte daarboven.

Meer leren →
atmósferaA2

Gebruik 'atmósfera' specifiek als je het hebt over de atmosfeer van de aarde of een andere planeet, inclusief wetenschappelijke contexten zoals de ozonlaag.

Meer leren →
aéreoA2

Gebruik 'aéreo' als bijvoeglijk naamwoord om iets aan te duiden dat betrekking heeft op de lucht, zoals luchttransport of luchtmacht.

Meer leren →
brisa🔊A2

Gebruik 'brisa' voor een lichte, aangename wind, een zacht briesje, vooral als het van de zee komt.

Meer leren →
oxígenoA1

Gebruik 'oxígeno' wanneer je specifiek het gas zuurstof bedoelt, essentieel voor ademhaling.

Meer leren →
rastro🔊B1

Gebruik 'rastro' in de context van een geurspoor dat een dier achterlaat en dat door een ander dier gevolgd kan worden.

Meer leren →
Dutch → Spaans

aire

/ai-reh//ˈai.ɾe/

SustantivoA1Algemeen
Gebruik 'aire' als je het hebt over de lucht die we inademen, de atmosfeer om ons heen, of als je het letterlijk over 'lucht' hebt in de zin van ruimte.
Een blij kind staat op een groene heuvel en haalt diep adem. Een zachte, zichtbare blauwe bries stroomt langs het gezicht van het kind en beweegt lichtjes het haar.

Voorbeelden

Necesito un poco de aire fresco.

Ik heb een beetje frisse lucht nodig.

El aire acondicionado no funciona.

De airconditioning werkt niet.

Vamos a comer al aire libre.

Laten we buiten gaan eten.

El flautista tocó un aire popular de su región.

De fluitist speelde een populaire deun uit zijn regio.

Altijd 'el aire'

Hoewel het eindigt op een '-e', is 'aire' een mannelijk woord. Je zegt dus altijd 'el aire' (de lucht) of 'un aire' (een lucht).

Gebruik van 'la' in plaats van 'el'

Fout:Me gusta la aire de la mañana.

Correctie: Me gusta el aire de la mañana. Onthoud gewoon dat 'aire' een mannelijk woord is, dus het gebruikt 'el'.

cielo

/SYEH-loh//ˈsjelo/

SustantivoA1Algemeen
Gebruik 'cielo' wanneer je verwijst naar de lucht zoals je die ziet, de blauwe hemel boven ons, of de ruimte daarboven.
Een levendige, uitgestrekte blauwe lucht gevuld met grote, donzige witte cumuluswolken op een heldere dag.

Voorbeelden

El cielo está azul hoy.

De lucht is vandaag blauw.

Vimos muchas estrellas en el cielo nocturno.

We zagen veel sterren aan de nachtelijke hemel.

El avión volaba por encima de las nubes, en un cielo despejado.

Het vliegtuig vloog boven de wolken in een heldere hemel.

Altijd Mannelijk

'Cielo' is een mannelijk woord, dus je gebruikt altijd 'el cielo' (de lucht) of 'un cielo' (een lucht), nooit 'la' of 'una'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de lucht' vrouwelijk is, maar het lidwoord altijd 'de' blijft.

Gebruik van 'cielo' voor 'weer'

Fout:El cielo está malo hoy.

Correctie: Het weer is vandaag slecht (Het regent/Het is slecht weer). Hoewel de aanblik van de lucht deel uitmaakt van het weer, gebruikt het Spaans over het algemeen het werkwoord 'hacer' om te praten over wat het weer 'doet', net zoals wij in het Nederlands zeggen 'Het is slecht weer'.

atmósfera

SustantivoA2Algemeen/Wetenschappelijk
Gebruik 'atmósfera' specifiek als je het hebt over de atmosfeer van de aarde of een andere planeet, inclusief wetenschappelijke contexten zoals de ozonlaag.

Voorbeelden

La capa de ozono protege la atmósfera de la Tierra.

De ozonlaag beschermt de atmosfeer van de Aarde.

aéreo

AdjetivoA2Algemeen/Technisch
Gebruik 'aéreo' als bijvoeglijk naamwoord om iets aan te duiden dat betrekking heeft op de lucht, zoals luchttransport of luchtmacht.

Voorbeelden

El transporte aéreo es el más rápido para largas distancias.

Luchttransport is het snelst over lange afstanden.

brisa

/BREE-sah//ˈbɾisa/

SustantivoA2Algemeen
Gebruik 'brisa' voor een lichte, aangename wind, een zacht briesje, vooral als het van de zee komt.
Een zachte wind die door een veld met wilde bloemen waait.

Voorbeelden

Me encanta sentir la brisa marina en la cara.

Ik vind het heerlijk om de zeebries op mijn gezicht te voelen.

Entró una brisa fresca por la ventana.

Er kwam een frisse bries door het raam.

El barco se movía con la suave brisa.

De boot bewoog met de zachte bries mee.

Geslachtstip

Omdat dit woord eindigt op '-a', is het bijna altijd vrouwelijk. Je moet er 'la' of 'una' mee gebruiken.

Pas op met 'viento'

Fout:Het woord 'viento' voor alles gebruiken.

Correctie: Gebruik 'brisa' specifiek wanneer de wind aangenaam of licht is. 'Viento' kan licht zijn, maar impliceert vaak iets sterkers.

oxígeno

SustantivoA1Algemeen/Wetenschappelijk
Gebruik 'oxígeno' wanneer je specifiek het gas zuurstof bedoelt, essentieel voor ademhaling.

Voorbeelden

Necesitamos oxígeno para poder respirar y vivir.

We hebben zuurstof nodig om te kunnen ademen en leven.

rastro

/RRAH-stroh//ˈras.tɾo/

SustantivoB1Algemeen/Jacht
Gebruik 'rastro' in de context van een geurspoor dat een dier achterlaat en dat door een ander dier gevolgd kan worden.
Een cartoon bloedhond met zijn neus op de grond, aandachtig snuffelend aan een onzichtbaar kronkelend geurspoor over groen gras.

Voorbeelden

El perro olfateó el rastro del conejo.

De hond snuffelde aan de geur van het konijn.

Aún queda un rastro de humo en la habitación.

Er hangt nog een spoor/lucht van rook in de kamer.

aire

/ai-reh//ˈai.ɾe/

SustantivoB2Artistiek/Muzikaal
Gebruik 'aire' ook voor een melodie of deun, vooral in muzikale of artistieke contexten, vergelijkbaar met het Nederlandse 'deuntje'.
Een blij kind staat op een groene heuvel en haalt diep adem. Een zachte, zichtbare blauwe bries stroomt langs het gezicht van het kind en beweegt lichtjes het haar.

Voorbeelden

El flautista tocó un aire popular de su región.

De fluitist speelde een populaire deun uit zijn regio.

Necesito un poco de aire fresco.

Ik heb een beetje frisse lucht nodig.

El aire acondicionado no funciona.

De airconditioning werkt niet.

Vamos a comer al aire libre.

Laten we buiten gaan eten.

Altijd 'el aire'

Hoewel het eindigt op een '-e', is 'aire' een mannelijk woord. Je zegt dus altijd 'el aire' (de lucht) of 'un aire' (een lucht).

Gebruik van 'la' in plaats van 'el'

Fout:Me gusta la aire de la mañana.

Correctie: Me gusta el aire de la mañana. Onthoud gewoon dat 'aire' een mannelijk woord is, dus het gebruikt 'el'.

Aire vs. Cielo

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'aire' en 'cielo'. 'Aire' is de lucht die je voelt of inademt, terwijl 'cielo' verwijst naar de hemel die je ziet. Denk aan: 'aire' = ademen, 'cielo' = kijken.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.