Hoe zeg je "ziek" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “ziek” is “enfermo” — gebruik 'enfermo' als je algemeen wilt zeggen dat je je niet lekker voelt of ziek bent, zonder specifieke oorzaak te noemen..
enfermo
/en-FER-mo//enˈfeɾmo/

Voorbeelden
Me siento enfermo hoy y no puedo ir a trabajar.
Ik voel me vandaag ziek en kan niet naar mijn werk.
Hoy no voy a la escuela porque estoy enfermo.
Ik ga vandaag niet naar school omdat ik ziek ben.
Mi gato ha estado enfermo toda la semana.
Mijn kat is de hele week al ziek geweest.
Tiene una mente enferma y retorcida.
Hij heeft een zieke en verdraaide geest.
Past zich aan het beschreven persoon/ding aan
Dit woord verandert om aan te geven of je het over iemand mannelijk, vrouwelijk of een groep hebt. enfermo (mannelijk), enferma (vrouwelijk), enfermos (mannelijk meervoud), enfermas (vrouwelijk meervoud).
Gebruik 'estar' om te zeggen dat iemand ziek is
Om te zeggen dat iemand op dit moment ziek is, gebruik je bijna altijd het werkwoord estar. Bijvoorbeeld: Él está enfermo. (Hij is ziek). Het beschrijft een tijdelijke toestand of conditie.
Gebruik van 'ser' in plaats van 'estar'
Fout: “Mi padre es enfermo.”
Correctie: Mi padre está enfermo. Het gebruik van 'ser' doet vermoeden dat ziek zijn een permanent onderdeel van zijn identiteit is, wat zeer zeldzaam is. Voor de tijdelijke toestand van ziek zijn, gebruik altijd 'estar'.
Vergeten de geslachtsvorm aan te passen
Fout: “Mi hermana está enfermo.”
Correctie: Mi hermana está enferma. Omdat 'hermana' vrouwelijk is, moet het woord dat haar beschrijft ook eindigen op '-a'.
malo
/MAH-loh//'malo/

Voorbeelden
Creo que estoy un poco malo, creo que voy a descansar.
Ik denk dat ik me een beetje ziek voel, ik denk dat ik ga rusten.
El villano de la historia es un hombre muy malo.
De schurk van het verhaal is een heel kwaadaardige man.
No comas ese pollo, está malo.
Eet die kip niet, hij is bedorven.
Me siento un poco malo hoy, creo que tengo fiebre.
Ik voel me vandaag een beetje ziek, ik denk dat ik koorts heb.
Gebruik van 'ser' versus 'estar'
'Ser malo' beschrijft een permanente eigenschap, zoals iemands karakter ('Él es malo' - Hij is een slecht/kwaadaardig persoon). 'Estar malo' beschrijft een tijdelijke toestand, zoals bedorven voedsel ('La leche está mala') of ziek zijn ('Estoy malo'). Dit is vergelijkbaar met het onderscheid tussen 'zijn' en 'blijven' in het Nederlands, maar hier gaat het om permanente aard versus tijdelijke toestand.
Verwarring tussen 'ser' en 'estar'
Fout: “La sopa es mala.”
Correctie: La sopa está mala. Als je bedoelt dat de soep bedorven is, gebruik dan 'estar'. Zeggen 'es mala' suggereert dat het recept zelf fundamenteel slecht is.
Enfermo vs. Malo
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

