Inklingo

castigar

kah-stee-gar/kastiˈɣaɾ/

castigar betekent straffen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

straffen

Ook: huisarrest geven, bestraffen
WerkwoordA2regular with spelling change ar
General
Een kind dat op een houten krukje in de hoek van een lichte kamer zit en nadenkend kijkt.
gerundcastigando
past Participlecastigado
infinitivecastigar

📝 In Actie

Mis padres me van a castigar sin salir este fin de semana.

A2

Mijn ouders gaan me dit weekend huisarrest geven.

El juez decidió castigar al culpable con una multa.

B1

De rechter besloot de schuldige te bestraffen met een boete.

Es importante no castigar a los niños físicamente.

B1

Het is belangrijk om kinderen niet fysiek te straffen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • sancionar (sanctioneren/boete geven)
  • penalizar (bestraffen)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • castigar sin saliriemand huisarrest geven
  • castigar con durezazwaar straffen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • Dios castiga sin palo y sin piedraRechtvaardigheid zal op onverwachte manieren geschieden

afslijten of geselen

Ook: belasten
WerkwoordB2regular with spelling change ar
Een versleten, verweerd houten hek met afbladderende verf en scheuren door zon en regen.
gerundcastigando
past Participlecastigado
infinitivecastigar

📝 In Actie

El sol castiga la tierra durante el verano.

B2

De zon geselt het land in de zomer.

El atleta castigó mucho sus rodillas durante la carrera.

B2

De atleet belastte zijn knieën zwaar tijdens de race.

La lluvia castigó la costa durante toda la noche.

C1

De regen geselde de kust de hele nacht.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • maltratar (slecht behandelen/ruw omgaan met)
  • azotar (zweepslagen geven/geselen)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • castigar el cuerpohet lichaam te hard pushen
  • sol castigadorbestraffende zon

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedescastigaran
yocastigara
castigaras
vosotroscastigarais
nosotroscastigáramos
él/ella/ustedcastigara

present

ellos/ellas/ustedescastiguen
yocastigue
castigues
vosotroscastiguéis
nosotroscastiguemos
él/ella/ustedcastigue

indicative

preterite

ellos/ellas/ustedescastigaron
yocastigué
castigaste
vosotroscastigasteis
nosotroscastigamos
él/ella/ustedcastigó

imperfect

ellos/ellas/ustedescastigaban
yocastigaba
castigabas
vosotroscastigabais
nosotroscastigábamos
él/ella/ustedcastigaba

present

ellos/ellas/ustedescastigan
yocastigo
castigas
vosotroscastigáis
nosotroscastigamos
él/ella/ustedcastiga

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "castigar" in het Spaans:

belastenbestraffenhuisarrest gevenstraffen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: castigar

Vraag 1 van 3

Hoe zeg je 'Ik strafte' in het Spaans?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Van het Latijnse 'castigare', wat komt van 'castus' (puur) en 'agere' (doen/maken). Oorspronkelijk betekende het 'iemand puur maken' door correctie.

Eerste vermelding: 12th century

Cognaten (Verwante woorden)

English: chastisePortuguese: castigar

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'castigar' altijd een fysieke straf?

Nee. In modern Spaans verwijst het meestal naar disciplinaire maatregelen zoals huisarrest, boetes of extra werk, hoewel het historisch wel naar fysieke straffen kan verwijzen.

Wat is het verschil tussen 'castigar' en 'regañar'?

'Regañar' betekent verbaal berispen of uitschelden. 'Castigar' impliceert dat er daadwerkelijk een gevolg of straf wordt opgelegd.

Is 'castigar' een regelmatig werkwoord?

Meestal wel. Het volgt de reguliere -ar patronen, behalve voor spellingwijzigingen waarbij de 'g' een 'e' ontmoet (zoals 'castigué' of 'castigue'), waarbij een 'u' moet worden ingevoegd.