negar
“negar” betekent “ontkennen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
ontkennen, weigeren
Ook: afwijzen, verloochenen
📝 In Actie
Ella niega haber estado en la fiesta.
A2Zij ontkent dat ze op het feest was geweest.
El banco me negó el préstamo.
B1De bank weigerde mij de lening.
La empresa le negó la entrada a la fábrica.
B1Het bedrijf weigerde hem toegang tot de fabriek.
weigeren om, zichzelf ontzeggen
Ook: onwillig zijn
📝 In Actie
Me niego a trabajar horas extras.
B1Ik weiger over te werken.
Se niega a creer la noticia, aunque es cierta.
A2Hij weigert het nieuws te geloven, ook al is het waar.
Los atletas deben negarse muchos postres.
B2Atleten moeten zichzelf veel desserts ontzeggen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "negar" in het Spaans:
afwijzen→ontkennen→onwillig zijn→verloochenen→weigeren→weigeren om→zichzelf ontzeggen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: negar
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt correct de reflexieve vorm van 'negar' om 'Zij weigert te vertrekken' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *negāre*, wat 'nee zeggen' of 'ontkennen' betekent. Het is verwant aan het Nederlandse woord 'negatief' en het Spaanse woord 'no'.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'negar' en 'negarse'?
'Negar' (transitief) betekent een bewering ontkennen ('Ik ontken het gerucht') of een object weigeren ('Zij weigerden het geschenk'). 'Negarse' (reflexief) betekent weigeren een actie uit te voeren ('Ik weiger te gaan') en vereist daarna het voorzetsel 'a'.
Hoe onthoud ik de stamwisseling voor 'negar'?
Denk eraan als 'Niego' (ik ontken) dat rijmt op 'tengo' (ik heb). De 'e' verandert in 'ie' in de meeste vormen, behalve voor 'nosotros' en 'vosotros', die regelmatig blijven.

