pase
PAH-seh
/ˈpa.se/
📝 In Actie
Necesito mi pase de abordar para subir al avión.
A2Ik heb mijn instapkaart nodig om in het vliegtuig te stappen.
Compramos un pase de tres días para el parque de diversiones.
B1We kochten een pas voor drie dagen voor het pretpark.
El jugador de fútbol dio un pase perfecto a su compañero.
B1De voetballer gaf een perfecte pass naar zijn teamgenoot.
❌ Veelgemaakte Fouten
Verwarring tussen `pase` en `paseo`
Fout: “Quiero comprar un paseo para el concierto.”
Correctie: Quiero comprar un pase para el concierto. 'Pase' is het kaartje of de vergunning zelf. 'Paseo' is de activiteit van wandelen of een uitstapje maken.
⭐ Gebruikstips
Het Ding versus de Actie
Denk aan 'pase' (het zelfstandig naamwoord) als een ding dat je toestemming geeft om iets te doen of ergens naartoe te gaan. Dit helpt om het te onderscheiden van het werkwoord 'pasar' (passeren/gebeuren) of het zelfstandig naamwoord 'paseo' (een wandeling).
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: pase
Vraag 1 van 1
In welke zin wordt 'pase' gebruikt om een kaartje of vergunning aan te duiden?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'pase', 'paso', en 'paseo'?
Goede vraag! 'Pase' kan een zelfstandig naamwoord zijn (een kaartje, een vergunning) of een bevel ('Kom binnen!'). 'Paso' is een zelfstandig naamwoord dat 'een stap' betekent, of de werkwoordsvorm 'ik passeer'. 'Paseo' is een zelfstandig naamwoord dat 'een wandeling' of 'een uitstapje' betekent.
Wanneer zeg ik 'pasa' en wanneer zeg ik 'pase' voor 'kom binnen'?
Gebruik 'pasa' als je informeel tegen iemand spreekt (tú), zoals een vriend of familielid. Gebruik 'pase' als je formeel tegen iemand spreekt (usted), zoals een vreemde, een baas of een oudere persoon.