Inklingo

Hoe zeg je "kaartje" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorkaartjeis boletogebruik 'boleto' voor toegangskaartjes voor evenementen zoals concerten, sportwedstrijden, of voor loterijen.

boleto🔊A1

Gebruik 'boleto' voor toegangskaartjes voor evenementen zoals concerten, sportwedstrijden, of voor loterijen.

Meer leren →
billete🔊A2

Gebruik 'billete' specifiek voor vervoersbewijzen zoals treinkaartjes, vliegtickets of buskaarten.

Meer leren →
entrada🔊A2

Gebruik 'entrada' voor een kaartje dat toegang geeft tot een specifieke locatie of voorstelling, zoals een film of theater.

Meer leren →
pasaje🔊A2

Gebruik 'pasaje' voor een vervoersbewijs, vooral als het gaat om een enkele reis of een retourreis met bus, vliegtuig of trein.

Meer leren →
localidad🔊B1

Gebruik 'localidad' om te verwijzen naar een gereserveerde zitplaats bij een voorstelling of evenement.

Meer leren →
pase🔊A2

Gebruik 'pase' voor een toegangsbewijs of pas die nodig is om ergens binnen te komen of toegang te krijgen, zoals een instapkaart.

Meer leren →
ficha🔊A2

Gebruik 'ficha' voor een kaartje dat gebruikt wordt voor registratie, archivering of als identificatiemiddel, zoals een invulformulier.

Meer leren →
Dutch → Spaans

boleto

boh-LEH-tohboˈle.to

zelfstandig naamwoordA1algemeen
Gebruik 'boleto' voor toegangskaartjes voor evenementen zoals concerten, sportwedstrijden, of voor loterijen.
Een kleurrijke illustratie die een enkele, eenvoudige rechthoekige papieren kaartje toont, duidelijk met een geperforeerde rand.

Voorbeelden

¿Tienes tu boleto para el concierto?

Heb je je kaartje voor het concert?

Compré un boleto de ida y vuelta para ir a la playa.

Ik kocht een retourtje om naar het strand te gaan.

El boleto ganador fue el número 457.

Het winnende lot was nummer 457.

Mannelijk Zelfstandig Naamwoord Regel

Onthoud dat 'boleto' altijd mannelijk is, dus je moet 'el' (de) of 'un' (een) gebruiken: 'El boleto es caro' (Het kaartje is duur). In het Nederlands is 'kaartje' onzijdig ('het'), wat een verschil is met het Spaans.

Verwarring tussen 'boleto' en 'billete'

Fout:Het gebruiken van 'boleto' als je het over papieren geld hebt in Spanje.

Correctie: In Spanje gebruik je 'billete' voor bankbiljetten. Gebruik 'boleto' voornamelijk voor kaartjes in Mexico en Centraal-Amerika, en soms voor vervoersbewijzen in Spanje, hoewel 'billete' daar ook heel gebruikelijk is.

billete

bee-YEH-tehbiˈʎe.te

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'billete' specifiek voor vervoersbewijzen zoals treinkaartjes, vliegtickets of buskaarten.
Een klein, rechthoekig wit reisticket met een eenvoudige gekleurde streep en een geperforeerde rand, wat wijst op een vervoersbewijs.

Voorbeelden

Necesito comprar un billete de tren a Madrid.

Ik moet een treinkaartje naar Madrid kopen.

Perdimos el avión porque no encontramos nuestros billetes.

We hebben het vliegtuig gemist omdat we onze kaartjes niet konden vinden.

Compré un billete de lotería con la esperanza de ganar.

Ik kocht een loterijticket in de hoop te winnen.

Reizen versus Evenementen

Gebruik 'billete' voornamelijk voor belangrijk vervoer (vliegtuigen, treinen). Voor concerten of films zeg je meestal 'entrada' of 'boleto' (vooral in Latijns-Amerika). In het Nederlands gebruiken we vaak 'kaartje' voor beide.

Gebruik van 'billete' voor een filmticket

Fout:Compré dos billetes para la película.

Correctie: Compré dos entradas/boletos para la película. ('Billete' klinkt te formeel voor een snel evenemententicket.)

entrada

en-TRAH-dahenˈtɾaða

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'entrada' voor een kaartje dat toegang geeft tot een specifieke locatie of voorstelling, zoals een film of theater.
Een enkel, helderrood rechthoekig evenementenkaartje met een geperforeerde rand, vastgehouden door de duim en wijsvinger van een persoon.

Voorbeelden

¿Tienes ya tus entradas para el cine?

Heb je al je kaartjes voor de bioscoop?

La entrada al parque cuesta diez euros.

De toegang tot het park kost tien euro.

pasaje

pah-SAH-hehpaˈsa.xe

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'pasaje' voor een vervoersbewijs, vooral als het gaat om een enkele reis of een retourreis met bus, vliegtuig of trein.
Een kleurrijk, licht gescheurd papieren kaartje dat een betaald vervoersbewijs voor reizen aangeeft.

Voorbeelden

Necesito comprar un pasaje de ida y vuelta a la costa.

Ik moet een retourtje naar de kust kopen.

El pasaje de metro es más caro ahora.

Het metrotarief is nu duurder.

Gebruik van 'Pasaje' voor Evenementen

Fout:Compré un pasaje para el concierto.

Correctie: Compré una entrada/un boleto para el concierto. ('Pasaje' is gereserveerd voor vervoer.)

localidad

lo-kah-lee-DAHDloka.liˈðað

zelfstandig naamwoordB1formeel
Gebruik 'localidad' om te verwijzen naar een gereserveerde zitplaats bij een voorstelling of evenement.
Een enkele rode fluwelen theaterstoel die alleen in de schijnwerpers staat.

Voorbeelden

¿Quedan localidades para el concierto de mañana?

Zijn er nog zitplaatsen/kaartjes over voor het concert van morgen?

Compré dos localidades en la fila cinco.

Ik kocht twee zitplaatsen op rij vijf.

El teatro agotó todas sus localidades en una hora.

Het theater verkocht alle zitplaatsen in een uur uit.

Meervoud voor Kaartjes

Als je kaartjes voor een groep wilt kopen, gebruik je meestal de meervoudsvorm 'localidades'.

Kaartje vs. Stoel

Fout:Gebruik van 'silla' (stoel) om te praten over een theaterreservering.

Correctie: Zeg 'localidad' of 'asiento' als je verwijst naar je gereserveerde plek bij een voorstelling, niet 'silla'.

pase

PAH-sehˈpa.se

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'pase' voor een toegangsbewijs of pas die nodig is om ergens binnen te komen of toegang te krijgen, zoals een instapkaart.
Een kleurrijke rechthoekige toegangspas of kaartje dat toegang geeft tot een evenement of locatie.

Voorbeelden

Necesito mi pase de abordar para subir al avión.

Ik heb mijn instapkaart nodig om in het vliegtuig te stappen.

Compramos un pase de tres días para el parque de diversiones.

We kochten een pas voor drie dagen voor het pretpark.

El jugador de fútbol dio un pase perfecto a su compañero.

De voetballer gaf een perfecte pass naar zijn teamgenoot.

Verwarring tussen `pase` en `paseo`

Fout:Quiero comprar un paseo para el concierto.

Correctie: Quiero comprar un pase para el concierto. 'Pase' is het kaartje of de vergunning zelf. 'Paseo' is de activiteit van wandelen of een uitstapje maken.

ficha

FEE-chahˈfitʃa

zelfstandig naamwoordA2formeel
Gebruik 'ficha' voor een kaartje dat gebruikt wordt voor registratie, archivering of als identificatiemiddel, zoals een invulformulier.
Een kleurrijk georganiseerd document met een profielfoto van een persoon en informatie in bullet points.

Voorbeelden

Rellena esta ficha con tus datos personales.

Vul dit formulier in met uw persoonlijke gegevens.

Mira la ficha técnica del coche antes de comprarlo.

Bekijk het specificatieblad van de auto voordat u hem koopt.

El bibliotecario buscó la ficha del libro.

De bibliothecaris zocht naar het kaartje van het boek.

Vaste Uitdrukkingen

Als we het over specificaties of feiten hebben, gebruiken we bijna altijd 'ficha técnica'. Het gedraagt zich als één woord voor 'fact sheet'.

Ficha en Archivo

Fout:Het woord 'ficha' gebruiken voor een computerbestand.

Correctie: Gebruik 'archivo' voor een digitaal document op je computer. Gebruik 'ficha' voor het specifieke gegevensprofiel of de kaart binnen een systeem.

Billete vs. Boleto vs. Entrada

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'billete', 'boleto' en 'entrada'. Onthoud dat 'billete' voor reizen is, 'boleto' voor evenementen/loterijen, en 'entrada' specifiek voor toegang tot een voorstelling of locatie.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.