Inklingo

trae

tra-ehˈtɾa.e

brengt

Ook: is aan het brengen, draagt
WerkwoordA1irregular er
Een kind dat blij naar de toeschouwer loopt en een klein mandje met vers fruit draagt, wat beweging naar de spreker illustreert.
infinitivetraer
gerundtrayendo
past Participletraído

📝 In Actie

Mi papá siempre me trae un regalo de sus viajes.

A1

Mijn vader brengt me altijd een cadeau mee van zijn reizen.

¿Usted trae el vino para la cena?

A2

Brengt u (formeel) de wijn mee voor het avondeten?

Ella no trae paraguas y está lloviendo.

A2

Zij draagt geen paraplu en het regent.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • acercar (dichterbij brengen)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • trae la cuentabreng de rekening
  • trae buena suertebrengt geluk

veroorzaakt

Ook: brengt teweeg, met zich meebrengt
WerkwoordB1irregular er
Een gestileerde wolk die boven een landschap hangt en zichtbaar kleine, negatieve symbolen (zoals fronsen) eronder doet verschijnen, wat oorzaak en gevolg illustreert.
infinitivetraer
gerundtrayendo
past Participletraído

📝 In Actie

La nueva ley trae cambios importantes para la economía.

B1

De nieuwe wet brengt/veroorzaakt belangrijke veranderingen voor de economie.

El estrés trae muchos problemas de salud.

B1

Stress veroorzaakt veel gezondheidsproblemen.

Esta situación trae consigo nuevas oportunidades.

B2

Deze situatie brengt nieuwe kansen met zich mee.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • trae consecuenciasheeft gevolgen
  • trae problemasveroorzaakt problemen
  • trae beneficiosbrengt voordelen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • traer colanegatieve gevolgen of repercussies hebben

draagt

Ook: is aan het dragen
WerkwoordB1irregular erinformal
Spain
Een persoon die een felrode gestreepte sjaal draagt en glimlacht, wat de informele betekenis van 'dragen' van kleding of accessoires illustreert.
infinitivetraer
gerundtrayendo
past Participletraído

📝 In Actie

Mira, Juan trae la misma camisa que yo.

B1

Kijk, Juan draagt dezelfde blouse als ik.

Ella siempre trae vestidos muy coloridos.

B1

Zij draagt altijd zeer kleurrijke jurken.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • llevar puesto (dragen)
  • vestir (dragen, kleden)
  • usar (dragen, gebruiken)

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedtrae
yotraigo
traes
ellos/ellas/ustedestraen
nosotrostraemos
vosotrostraéis

imperfect

él/ella/ustedtraía
yotraía
traías
ellos/ellas/ustedestraían
nosotrostraíamos
vosotrostraíais

preterite

él/ella/ustedtrajo
yotraje
trajiste
ellos/ellas/ustedestrajeron
nosotrostrajimos
vosotrostrajisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedtraiga
yotraiga
traigas
ellos/ellas/ustedestraigan
nosotrostraigamos
vosotrostraigáis

imperfect

él/ella/ustedtrajera
yotrajera
trajeras
ellos/ellas/ustedestrajeran
nosotrostrajéramos
vosotrostrajerais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "trae" in het Spaans:

brengtbrengt teweegdraagtveroorzaakt

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: trae

Vraag 1 van 1

Wat betekent 'trae' in de zin 'Esa película trae recuerdos de mi infancia'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
caedecae
📚 Etymologie

'Trae' komt van het werkwoord 'traer', dat teruggaat op het Latijnse woord 'trahere'. 'Trahere' betekende 'trekken' of 'slepen'. Je kunt dat gevoel van iets naar je toe 'trekken' nog steeds voelen in de moderne Spaanse betekenis van 'brengen'.

Eerste vermelding: 10th century (as traer)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: trazerItalian: trarreEnglish: treat, tractor, abstract

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is de eenvoudigste manier om het verschil tussen 'trae' en 'lleva' te onthouden?

Denk aan je locatie. Als iets NAAR jou toe komt, gebruik je 'trae' (van 'traer'). Als iets WEG van jou gaat, gebruik je 'lleva' (van 'llevar'). Een eenvoudig ezelsbruggetje is: **BRENG** het hierheen ('traer'), **NEEM** het daarheen ('llevar').

Is 'trae' altijd voor 'hij' of 'zij'?

Meestal wel! Het is de vorm voor 'él' (hij), 'ella' (zij) en 'usted' (u, formeel). Maar het is ook de gebiedende wijs voor 'tú' (jij, informeel). Bijvoorbeeld: '¡Juan, trae el agua!' betekent 'Juan, breng het water mee!'