Hoe zeg je "brandend" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “brandend” is “ardiendo” — gebruik dit woord als je een continue, lopende actie van branden wilt beschrijven, vaak in het verleden..
ardiendo
/ar-DYEN-doh//aɾˈðjen̪.do/

Voorbeelden
El motor de la máquina estuvo ardiendo por unos segundos.
De motor van de machine was een paar seconden aan het branden.
Llegamos a la casa y la chimenea ya estaba ardiendo.
We kwamen bij het huis aan en de open haard stond al te branden (vurig).
¿Qué está ardiendo? Huele a humo.
Wat is er aan het branden? Het ruikt naar rook.
Vorming van de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (Continu)
Gebruik 'ardiendo' met een vervoegde vorm van 'estar' (zijn) om aan te geven dat de actie van branden doorgaat: 'está ardiendo' (het is aan het branden).
Onveranderlijke Vorm
Deze vorm verandert nooit. Het is altijd 'ardiendo', ongeacht of het onderwerp enkelvoud of meervoud, mannelijk of vrouwelijk is. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we bijvoeglijke naamwoorden soms aanpassen (bv. 'een brandende' vs. 'het brandende').
Verwarring tussen Ser en Estar
Fout: “La leña es ardiendo.”
Correctie: La leña está ardiendo. (Gebruik 'estar' voor tijdelijke, doorlopende acties zoals deze, net zoals we in het Nederlands 'is aan het branden' gebruiken en niet 'is brandend' in deze context.)
ardiente
ar-DYEN-teh/aɾˈðjen.te/

Voorbeelden
El sol del desierto era tan ardiente que tuvimos que buscar sombra.
De woestijnzon was zo verzengend dat we schaduw moesten zoeken.
Las brasas ardientes todavía estaban rojas.
De brandende sintels waren nog rood.
Plaatsing van het bijvoeglijk naamwoord
Net als de meeste beschrijvende bijvoeglijke naamwoorden, komt 'ardiente' meestal na het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: 'una llama ardiente' (een brandende vlam). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar we ook zeggen 'een brandende vlam', niet 'een vlam brandend'.
encendido
en-sen-DEE-doh/ensenˈdiðo/

Voorbeelden
La televisión sigue encendida, ¿quién la dejó así?
De televisie staat nog aan, wie heeft dat zo gelaten?
Las luces de la calle estaban encendidas a medianoche.
De straatverlichting was om middernacht aan.
Asegúrate de que el motor no esté encendido antes de revisar el aceite.
Zorg ervoor dat de motor niet draait (aanstaat) voordat je de olie controleert.
Gebruik van 'Encendido' als Bijvoeglijk Naamwoord
Dit woord is de voltooid deelwoordvorm van het werkwoord 'encender' (aanzetten), maar het wordt gebruikt als een normaal bijvoeglijk naamwoord. Het moet overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: 'el radio encendido' (mannelijk), 'la lámpara encendida' (vrouwelijk).
Gebruik met Estar
Om aan te geven dat iets momenteel 'aan' of 'brandend' is, gebruik je altijd het werkwoord 'estar' (zijn in een toestand): 'El horno está encendido' (De oven staat aan).
Verwarring tussen 'Ser' en 'Estar'
Fout: “La luz es encendida.”
Correctie: La luz está encendida. Gebruik 'estar' omdat 'aan staan' een tijdelijke toestand is, geen permanente eigenschap.
Verwarring tussen 'ardiendo' en 'encendido'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


