Inklingo

Hoe zeg je "certificaat" in het Spaans

Het Spaanse woord voorcertificaatis certificadoA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1
nounA1
officieel document dat een feit of prestatie bewijst
Een eenvoudige, hoogwaardige stripboekillustratie van een opgerold perkament certificaat dat netjes is vastgebonden met een felrood lint.

Voorbeelden

Necesito el certificado de nacimiento para mi pasaporte.

Ik heb het geboortecertificaat nodig voor mijn paspoort.

Recibimos un certificado de regalo por cien euros.

We hebben een cadeaubon ontvangen voor honderd euro.

El curso incluye un certificado de finalización.

De cursus omvat een bewijs van deelname.

Geslachtsovereenkomst

Aangezien 'certificado' een mannelijk zelfstandig naamwoord is, gebruik je mannelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden ervoor (bijv. 'een nieuw certificado'). Let op: in het Nederlands gebruiken we vaak 'het certificaat', maar de Spaanse vorm blijft mannelijk ('el').

Het verkeerde werkwoord gebruiken

Fout:Hacer un certificado (Een certificaat maken)

Correctie: Obtener/Recibir un certificado (Een certificaat verkrijgen/ontvangen) of Emitir un certificado (Een certificaat afgeven).

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.