Inklingo

Hoe zeg je "combineren" in het Spaans

Dutch → Spaans

combinar

kom-bee-NAHRkombiˈnaɾ

verbA1Algemeen
Gebruik 'combinar' als je ingrediënten, kleuren, ideeën of elementen letterlijk samenvoegt of mengt.
Een houten kom met bloem, eieren en suiker die met een houten lepel wordt geroerd.

Voorbeelden

Me gusta combinar diferentes especias para crear nuevos sabores.

Ik meng graag verschillende kruiden om nieuwe smaken te creëren.

Debes combinar la harina con el azúcar.

Je moet de bloem met de suiker combineren.

Combinamos diferentes estilos de música en el festival.

We combineren verschillende muziekstijlen op het festival.

El arquitecto combinó madera y cristal en el diseño.

De architect combineerde hout en glas in het ontwerp.

Gebruik van 'Con'

Als je wilt zeggen dat je het ene met het andere combineert, gebruik je altijd het woord 'con' (met), net zoals in het Nederlands 'met'.

Een Perfect Regelmatig Werkwoord

Dit werkwoord volgt de standaardregels voor alle -ar werkwoorden. Als je weet hoe je 'hablar' (praten) vervoegt, weet je al hoe je 'combinar' moet vervoegen!

Matchen versus Combineren

Fout:Gebruik van 'mezclar' voor kleding.

Correctie: Gebruik 'combinar' voor dingen die goed bij elkaar passen (zoals kleding) en 'mezclar' voor dingen die fysiek in elkaar overgaan (zoals melk en koffie).

casar

cah-SAHRkaˈsaɾ

verbB2Algemeen
Gebruik 'casar' om aan te geven dat twee dingen (zoals smaken, kleuren of stijlen) goed bij elkaar passen of harmonisch samengaan.
Een gestileerde afbeelding die een plak felrode appel en een stuk gele cheddar kaas naast elkaar op een houten plank toont, wat een perfecte smaakcombinatie symboliseert.

Voorbeelden

Este color de corbata no casa con tu camisa.

Deze kleur stropdas past niet bij je overhemd.

El vino tinto no casa bien con el pescado.

Rode wijn past niet goed bij vis.

Estos colores no casan; son demasiado diferentes.

Deze kleuren passen niet bij elkaar; ze zijn te verschillend.

Figuurlijk Gebruik

In deze betekenis wordt 'casar' net als 'passen' of 'goed samengaan' in het Nederlands gebruikt om aan te geven dat twee dingen bij elkaar horen of elkaar aanvullen.

unir

oo-NEERuˈniɾ

verbA1Algemeen
Gebruik 'unir' wanneer je fysieke objecten letterlijk aan elkaar vastmaakt of samenvoegt om één geheel te vormen.
Een close-up van twee dikke, kleurrijke touwen die aan elkaar worden geknoopt om één doorlopende lengte te vormen.

Voorbeelden

Debes unir las dos piezas de madera con clavos.

Je moet de twee stukken hout met spijkers aan elkaar vastmaken.

Tienes que unir las dos piezas con pegamento.

Je moet de twee stukken met lijm samenvoegen.

El director quiere unir los esfuerzos de ambos equipos.

De directeur wil de inspanningen van beide teams verenigen.

La costurera unió la tela con hilo rojo.

De naaister voegde de stof samen met rode draad.

Regelmatig -IR Werkwoord

Unir is een regelmatig werkwoord, wat betekent dat de uitgangen het standaardpatroon volgen voor werkwoorden die eindigen op -ir, waardoor het gemakkelijk te vervoegen is.

Verwarring tussen 'unir' en 'estar unido'

Fout:Los cables son unidos. (De kabels zijn samengevoegd.)

Correctie: Los cables están unidos. (De kabels zijn samengevoegd.) 'Unir' is de actie, 'estar unido' is de resulterende toestand. In het Nederlands gebruiken we vaak 'zijn' voor beide, maar in het Spaans is het onderscheid tussen actie (ser/estar) en toestand cruciaal.

concurrir

kon-koo-reerkonkuˈrir

verbC1Formeel
Gebruik 'concurrir' in een formele context om aan te geven dat meerdere factoren, symptomen of gebeurtenissen tegelijkertijd voorkomen of samenvallen.
Twee verschillende gekleurde ballonnen die op hetzelfde moment de lucht in zweven.

Voorbeelden

En este caso, concurren varios factores que explican el resultado.

In dit geval vallen er meerdere factoren samen die het resultaat verklaren.

En este paciente concurren varios síntomas extraños.

Verschillende vreemde symptomen vallen samen bij deze patiënt.

Concurrieron diversas circunstancias que facilitaron el éxito.

Diverse omstandigheden combineerden om het succes te faciliteren.

Es difícil que concurran tantos talentos en una sola persona.

Het is moeilijk voor zoveel talenten om samen te komen in één persoon.

Gebruik met 'en'

Wanneer dingen samenkomen op een specifiek punt of bij een persoon, gebruiken we 'en' (bijvoorbeeld 'concurren en él'). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'samenvallen in' of 'voorkomen bij'.

Combinar vs. Casar

Veel leerders verwarren 'combinar' en 'casar'. 'Combinar' gebruik je als je dingen actief mengt of samenvoegt. 'Casar' gebruik je als dingen van nature goed of juist niet goed bij elkaar passen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.