Hoe zeg je "overwegen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “overwegen” is “considerar” — gebruik 'considerar' als je bedoelt dat je serieus nadenkt over een optie of beslissing, vergelijkbaar met het Nederlandse 'overwegen' in de zin van 'ernstig in overweging nemen'..
considerar
kon-see-deh-RAR/konsiðeˈɾaɾ/

Voorbeelden
Estamos considerando comprar una casa más grande.
We overwegen een groter huis te kopen.
Por favor, considera mi propuesta antes de rechazarla.
Neem alstublieft mijn voorstel in overweging voordat u het afwijst.
No has considerado el factor tiempo en tu plan.
Je hebt de tijdsfactor niet meegewogen in je plan.
Na 'Considerar'
'Considerar' kan, net als in het Nederlands, direct gevolgd worden door een werkwoord in de basisvorm (infinitief): 'Consideramos viajar' (Wij overwegen te reizen/reizen).
pensar
/pen-sar//penˈsaɾ/

Voorbeelden
Pienso viajar a México el próximo verano.
Ik ben van plan om volgende zomer naar Mexico te reizen.
Necesito tiempo para pensar.
Ik heb tijd nodig om na te denken.
Pienso, luego existo.
Ik denk, dus ik ben.
¿En qué piensas?
Waar denk je aan?
De 'e' verandert soms in 'ie'
Merk op hoe in 'yo pienso' de 'e' van 'pensar' verandert in 'ie'. Dit gebeurt in sommige vervoegingen (zoals de tegenwoordige tijd), maar niet in alle. Voor 'nosotros' (wij) blijft het een 'e': 'pensamos'.
Denken 'aan' iemand of iets
Om te zeggen dat je aan iets of iemand denkt, gebruik je bijna altijd het kleine woordje 'en' na 'pensar'. Bijvoorbeeld: 'Pienso en mis vacaciones' (Ik denk aan mijn vakantie).
Structuur voor plannen: 'pensar' + actiewerkwoord
Om over je plannen te praten, plaats je gewoon de basisvorm van het actiewerkwoord (zoals 'viajar', 'comer', 'ir') direct na 'pensar'. Zo simpel is het! Voorbeeld: 'Pienso estudiar más' (Ik ben van plan meer te studeren).
Een extra woord toevoegen
Fout: “Pienso a viajar. of Pienso de viajar.”
Correctie: Er is geen extra woord nodig tussen 'pensar' en het volgende werkwoord. Zeg gewoon: 'Pienso viajar.'
pensar
/pen-sar//penˈsaɾ/

Voorbeelden
Necesito tiempo para pensar.
Ik heb tijd nodig om na te denken.
Pienso, luego existo.
Ik denk, dus ik ben.
¿En qué piensas?
Waar denk je aan?
Pienso viajar a México el próximo verano.
Ik ben van plan om volgende zomer naar Mexico te reizen.
De 'e' verandert soms in 'ie'
Merk op hoe in 'yo pienso' de 'e' van 'pensar' verandert in 'ie'. Dit gebeurt in sommige vervoegingen (zoals de tegenwoordige tijd), maar niet in alle. Voor 'nosotros' (wij) blijft het een 'e': 'pensamos'.
Denken 'aan' iemand of iets
Om te zeggen dat je aan iets of iemand denkt, gebruik je bijna altijd het kleine woordje 'en' na 'pensar'. Bijvoorbeeld: 'Pienso en mis vacaciones' (Ik denk aan mijn vakantie).
Structuur voor plannen: 'pensar' + actiewerkwoord
Om over je plannen te praten, plaats je gewoon de basisvorm van het actiewerkwoord (zoals 'viajar', 'comer', 'ir') direct na 'pensar'. Zo simpel is het! Voorbeeld: 'Pienso estudiar más' (Ik ben van plan meer te studeren).
Een extra woord toevoegen
Fout: “Pienso a viajar. of Pienso de viajar.”
Correctie: Er is geen extra woord nodig tussen 'pensar' en het volgende werkwoord. Zeg gewoon: 'Pienso viajar.'
pensar
/pen-sar//penˈsaɾ/

Voorbeelden
Espero que mi jefe piense que hice un buen trabajo.
Ik hoop dat mijn baas denkt dat ik goed werk heb geleverd.
Necesito tiempo para pensar.
Ik heb tijd nodig om na te denken.
Pienso, luego existo.
Ik denk, dus ik ben.
¿En qué piensas?
Waar denk je aan?
De 'e' verandert soms in 'ie'
Merk op hoe in 'yo pienso' de 'e' van 'pensar' verandert in 'ie'. Dit gebeurt in sommige vervoegingen (zoals de tegenwoordige tijd), maar niet in alle. Voor 'nosotros' (wij) blijft het een 'e': 'pensamos'.
Denken 'aan' iemand of iets
Om te zeggen dat je aan iets of iemand denkt, gebruik je bijna altijd het kleine woordje 'en' na 'pensar'. Bijvoorbeeld: 'Pienso en mis vacaciones' (Ik denk aan mijn vakantie).
Structuur voor plannen: 'pensar' + actiewerkwoord
Om over je plannen te praten, plaats je gewoon de basisvorm van het actiewerkwoord (zoals 'viajar', 'comer', 'ir') direct na 'pensar'. Zo simpel is het! Voorbeeld: 'Pienso estudiar más' (Ik ben van plan meer te studeren).
Een extra woord toevoegen
Fout: “Pienso a viajar. of Pienso de viajar.”
Correctie: Er is geen extra woord nodig tussen 'pensar' en het volgende werkwoord. Zeg gewoon: 'Pienso viajar.'
Verwarring tussen 'considerar' en 'pensar'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

