Inklingo

Hoe zeg je "wandeling" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorwandelingis paseogebruik 'paseo' voor een ontspannen wandeling, vaak voor plezier of recreatie, zoals een wandeling door een park na het eten..

Dutch → Spaans

paseo

/pah-seh-oh//paˈseo/

zelfstandig naamwoordA1recreatieve activiteit
Gebruik 'paseo' voor een ontspannen wandeling, vaak voor plezier of recreatie, zoals een wandeling door een park na het eten.
Een lachend persoon die buiten wandelt op een zonnig pad, genietend van een ontspannen wandeling.

Voorbeelden

Dimos un largo paseo por el parque después de cenar.

We maakten een lange wandeling door het park na het eten.

¿Quieres ir a dar un paseo mañana por la mañana?

Wil je morgenochtend een stukje wandelen?

Het juiste werkwoord gebruiken

Om 'een wandeling maken' in het Spaans te zeggen, gebruik je het werkwoord 'dar' (geven), wat resulteert in 'dar un paseo', niet het werkwoord 'hacer' (doen/maken).

Een wandeling nemen versus geven

Fout:Hicimos un paseo.

Correctie: Dimos un paseo. (Onthoud: Spaans 'geeft' een wandeling, het 'maakt' er geen.)

vuelta

/bwel-ta//ˈbwelta/

zelfstandig naamwoordA2een korte tocht voor plezier
Gebruik 'vuelta' voor een korte, informele wandeling die je maakt voor het plezier of om even de benen te strekken.
Twee mensen die rustig wandelen over een zonnig, kronkelend pad in een weelderig groen park.

Voorbeelden

Vamos a dar una vuelta por el parque.

Laten we een wandeling in het park maken.

Dimos una vuelta en coche por la costa.

We hebben een rit langs de kust gemaakt.

¿Quieres dar una vuelta en mi bici nueva?

Wil je een ritje maken op mijn nieuwe fiets?

De Super-Uitdrukking: 'dar una vuelta'

De uitdrukking 'dar una vuelta' is je beste vriend om een informeel uitje voor te stellen. Het is minder formeel dan 'ir a caminar' (gaan wandelen) en werkt voor wandelen, autorijden, fietsen en meer.

excursión

zelfstandig naamwoordA2no context
Gebruik 'excursión' voor een geplande uitstap of tocht, vaak naar een specifieke bestemming zoals de bergen of een museum.

Voorbeelden

Mañana vamos de excursión a las montañas.

Morgen gaan we op uitstap naar de bergen.

marcha

MAR-chah/ˈmartʃa/

zelfstandig naamwoordA1no context
Gebruik 'marcha' zelden voor een 'wandeling' in de recreatieve zin; het verwijst meestal naar een georganiseerde beweging, een tempo of een loop.
Een eenvoudige illustratie van een persoon die stevig langs een zonnig pad loopt, wat de handeling van lopen aangeeft.

Voorbeelden

La marcha del ejército era lenta y coordinada.

De loop/het tempo van het leger was langzaam en gecoördineerd.

Después de un largo día, regresamos a casa en marcha rápida.

Na een lange dag keerden we in een snel tempo terug naar huis.

Geslachtstip

Onthoud dat 'marcha' altijd vrouwelijk is, ook al eindigt het op een 'a'. Gebruik 'la marcha'.

Pas op met 'paseo' en 'vuelta'

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'paseo' en 'vuelta'. 'Paseo' is vaak een langere, meer doelgerichte ontspanningswandeling, terwijl 'vuelta' korter en informeler is. Gebruik 'excursión' alleen voor uitstapjes.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.