Hoe zeg je "aanvallen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “aanvallen” is “atacar” — gebruik dit woord voor algemene fysieke aanvallen, zoals een dier dat een prooi aanvalt, of militaire acties. Ook geschikt voor publieke kritiek op bijvoorbeeld beleid.
atacar
ah-tah-KAHRataˈkaɾ

Voorbeelden
El león intentó atacar a la cebra.
De leeuw probeerde de zebra aan te vallen.
Las fuerzas enemigas atacaron al amanecer.
De vijandelijke troepen vielen aan bij zonsopgang.
La oposición atacó duramente el nuevo presupuesto.
De oppositie bekritiseerde het nieuwe budget fel.
En su discurso, el político atacó a sus rivales sin piedad.
In zijn toespraak viel de politicus zijn rivalen genadeloos aan.
Spellingverandering in de Verleden Tijd (Pretérito) 'Yo'
Om de harde 'k'-klank van de 'c' voor de klinker 'e' te behouden, verandert de 'c' in 'qu' alleen in de 'yo'-vorm van de verleden tijd (ataqué).
Figuurlijk Gebruik
Wanneer het in deze zin wordt gebruikt, betekent 'atacar' dat men sterke negatieve woorden of argumenten richt op een persoon, idee of beleid.
Onjuiste spelling in de Verleden Tijd
Fout: “Yo atacé (met een 's'-klank)”
Correctie: Yo ataqué. Onthoud dat 'c' klinkt als 's' voor een 'e' of 'i' in het Spaans, dus je moet 'qu' gebruiken om de harde 'k'-klank te behouden, net zoals in het Nederlands 'ik pak' en niet 'ik pac'.
atacando
ah-tah-kahn-dohataˈkando

Voorbeelden
El equipo está atacando con mucha fuerza hoy.
Het team valt vandaag met veel kracht aan.
Están atacando el problema desde la raíz.
Ze pakken het probleem bij de wortel aan.
Me sentí mal porque me estaba atacando sin razón.
Ik voelde me slecht omdat hij me zonder reden aanviel (bekritiseerde).
De Lopende '-ing' Vorm
Woorden die eindigen op -ando zijn vergelijkbaar met de Nederlandse tegenwoordige tijd voltooid deelwoord (zoals 'aan het aanvallen'). Gebruik ze met het werkwoord 'estar' (zijn) om aan te geven dat een actie op dit precieze moment plaatsvindt.
De Spellingverandering
Hoewel 'atacando' regelmatig is, verandert de basiswerkwoord zijn 'c' naar 'qu' in sommige vormen (zoals 'ataqué') om het harde 'k'-geluid te behouden, net zoals we in het Nederlands soms een 'k' veranderen in 'ck' of 'ch' om de klank te behouden, hoewel dit in dit geval een Spaanse spellingregel is.
Vergeet het hulpwerkwoord niet
Fout: “Yo atacando el problema.”
Correctie: Estoy atacando el problema. Je hebt bijna altijd een vorm van 'estar' (zijn) nodig vóór 'atacando' als je beschrijft wat er op dit moment gebeurt, net als in het Nederlands 'Ik ben aan het aanvallen' en niet 'Ik aan het aanvallen'.
agredir
ah-gray-DEERa.ɣɾe.ˈðiɾ

Voorbeelden
El hombre intentó agredir al policía durante la protesta.
De man probeerde de politieagent aan te vallen tijdens de protest.
Nunca es aceptable agredir a alguien por sus ideas.
Het is nooit acceptabel om iemand verbaal aan te vallen vanwege hun ideeën.
Fue agredida por un desconocido en la calle.
Ze werd overvallen door een vreemde op straat.
De 'Persoonlijke A'
Omdat 'agredir' meestal een persoon betreft die de actie ondergaat, moet je 'a' gebruiken vóór het slachtoffer. Bijvoorbeeld: 'Agredió a su vecino' (Hij viel zijn buurman aan). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands soms een voorzetsel gebruiken, maar hier is het specifiek voor personen als lijdend voorwerp.
Modern Gebruik
Historisch gezien was dit werkwoord 'defectief' (werd het alleen gebruikt wanneer de uitgang met een 'i' begon), maar in het moderne Spaans wordt het gebruikt als een volledig, regelmatig werkwoord in alle vormen. Dit is vergelijkbaar met veel Nederlandse werkwoorden die hun vervoeging door de eeuwen heen hebben gestandaardiseerd.
Het weglaten van de 'A'
Fout: “Agredió el hombre.”
Correctie: Agredió al hombre. (Omdat de man een persoon is die de actie ondergaat, heb je de 'a' nodig.) Dit is een veelvoorkomende fout voor Nederlandstaligen, omdat we in het Nederlands geen vergelijkbare structuur hebben waarbij een voorzetsel verplicht is voor een persoon als lijdend voorwerp.
ataques
ah-TAH-kehs[aˈta.kes]

Voorbeelden
Los ataques de ansiedad son cada vez más comunes.
Angstaanvallen komen steeds vaker voor.
La ciudad sufrió varios ataques aéreos durante la guerra.
De stad leed verschillende luchtaanvallen tijdens de oorlog.
Recibimos muchos ataques informáticos esta semana.
We hebben deze week veel computeraanvallen ontvangen.
Meervoudsvorm
Dit woord is het meervoud van 'ataque' (aanval). Aangezien 'ataque' eindigt op een klinker, voeg je simpelweg '-s' toe om het meervoud te vormen.
asaltar
ah-sahl-TAHRasalˈtaɾ

Voorbeelden
Las tropas asaltaron la fortaleza al amanecer.
De troepen bestormden de vesting bij zonsopgang.
Tengo tanta hambre que voy a asaltar la nevera.
Ik heb zoveel honger dat ik de koelkast ga plunderen.
Varios fans asaltaron el escenario durante el concierto.
Verschillende fans bestormden het podium tijdens het concert.
Directe objecten
Wanneer 'asaltar' 'bestormen' betekent, is de plaats het directe object. Je hebt geen 'a' nodig voor een plaats, alleen voor personen. Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar we zeggen 'Ze bestormden het kasteel'.
Verwarring met 'atacar'
Fout: “El perro me asaltó.”
Correctie: El perro me atacó. (In het Nederlands is 'De hond viel me aan' correct. 'Asaltar' wordt niet gebruikt voor dieren die aanvallen.)
Het verschil tussen 'atacar' en 'agredir'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.




