Hoe zeg je "genoeg zijn" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “genoeg zijn” is “alcanzar” — gebruik 'alcanzar' als je wilt aangeven dat iets of iemand een bepaald doel of een bepaalde hoeveelheid niet bereikt, vaak in de context van middelen of tijd..
alcanzar
/al-kan-SAR//al.kanˈθaɾ/

Voorbeelden
Con este dinero no me alcanza para el alquiler.
Dit geld is niet genoeg voor de huur.
Si ahorras, quizás te alcance para el viaje.
Als je spaart, heb je misschien genoeg voor de reis.
Los suministros no alcanzan para todos los refugiados.
De voorraden zijn niet voldoende voor alle vluchtelingen.
Gebruikt als 'Gustar'
Wanneer het 'genoeg zijn' betekent, werkt alcanzar vaak als gustar (leuk vinden). Het ding dat wel of niet genoeg is, is het onderwerp, en de persoon die het nodig heeft is het meewerkend voorwerp (me, te, le, nos, les).
servir
ser-VEER/seɾˈβiɾ/

Voorbeelden
¿Dos tazas de café te sirven, o quieres más?
Zijn twee kopjes koffie genoeg voor je, of wil je meer?
No te preocupes por el dinero, esto sirve.
Maak je geen zorgen over het geld, dit is genoeg (of: dit volstaat).
Con media hora de estudio me sirve para el examen.
Een half uur studeren is voor mij genoeg voor het examen.
Structuur voor Voldoende
Wanneer 'servir' 'genoeg zijn' betekent, is het ding dat genoeg is het grammaticale onderwerp (bijv. 'esto sirve'). Als je vermeldt voor wie het genoeg is, gebruik dan een indirect objectpronomen (me sirve, te sirve, nos sirve).
llegar
/yeh-GAR//ʝeˈɣaɾ/

Voorbeelden
La falda me llega hasta las rodillas.
De rok reikt tot mijn knieën.
Con este dinero, no nos llega para las entradas.
Met dit geld is het niet genoeg voor de kaartjes.
Espero que la comida llegue para todos los invitados.
Ik hoop dat het eten genoeg is voor alle gasten.
Alcanzar vs. Servir
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


