Hoe zeg je "los" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “los” is “suelto” — gebruik 'suelto' als iets niet vastgebonden, bevestigd of opgesloten is, zoals een dier dat vrij rondloopt of een haar dat uit een staart loskomt.
suelto
SWELL-toh'swelto

Voorbeelden
El perro corría suelto por el parque.
De hond rende los in het park.
El perro estaba suelto en el parque.
De hond was los in het park.
Llevaba el pelo suelto, sin coleta.
Ze droeg haar haar los, zonder staart.
Dejé los papeles sueltos sobre la mesa.
Ik heb de losse papieren op tafel laten liggen.
Overeenkomst is Cruciaal
Net als de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, moet 'suelto' overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud): suelto, suelta, sueltos, sueltas.
Verwarring met 'soltar'
Fout: “Het gebruik van 'soltar' (het werkwoord) wanneer je 'suelto' (de beschrijving) nodig hebt.”
Correctie: Onthoud dat 'suelto' de staat van losgelaten zijn beschrijft, terwijl 'soltar' de actie van loslaten is. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen 'los' en 'loslaten' in het Nederlands.
flojo
FLO-hoˈflox o

Voorbeelden
Este botón está flojo, creo que se va a caer.
Deze knoop zit los, ik denk dat hij eraf gaat vallen.
Este tornillo está flojo, necesito un destornillador.
Deze schroef zit los; ik heb een schroevendraaier nodig.
Me gusta usar pantalones flojos cuando estoy en casa.
Ik draag graag wijde broeken als ik thuis ben.
La cuerda está muy floja; tienes que tensarla.
Het touw is erg slap; je moet het strakker maken.
Staat Beschrijven
Wanneer we praten over objecten die los zitten (zoals een schroef of een touw), gebruiken we bijna altijd het werkwoord 'estar', omdat dit een huidige staat of conditie beschrijft. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse gebruik van 'zijn' om een tijdelijke toestand aan te duiden.
Flojo vs. Suelto
Fout: “Mi perro está flojo en el jardín.”
Correctie: Gebruik 'suelto' voor 'los' in de zin van 'vrij/losgemaakt'. Gebruik 'flojo' voor dingen die slap zijn of niet strak genoeg zitten.
ancho
AHN-choˈantʃo

Voorbeelden
Prefiero usar pantalones anchos en verano para estar más fresco.
Ik draag liever wijde broeken in de zomer om het koeler te hebben.
Me gusta llevar pantalones anchos en verano.
Ik draag graag wijde broeken in de zomer.
amplio
am-plyohˈampljo

Voorbeelden
Me compré una camisa muy amplia para sentirme cómodo.
Ik heb een heel wijde blouse gekocht om me comfortabel te voelen.
Me gusta llevar ropa amplia cuando hace calor.
Ik draag graag wijde kleding als het warm is.
Estos pantalones me quedan muy amplios.
Deze broek zit me erg los.
Prefiero una camisa más amplia para estar cómodo.
Ik verkies een lossere blouse om me comfortabel te voelen.
Pasvorm beschrijven
Wanneer je zegt dat iets 'amplio' zit, betekent dit dat er extra ruimte is tussen de stof en je lichaam. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'ruim' of 'wijd' voor kleding. Bijvoorbeeld: 'Deze trui valt ruim' of 'een wijde broek'.
Los vs. Vast
Fout: “Mi zapato está amplio.”
Correctie: Mi zapato está suelto.
Los vs. Flojo voor 'niet vast'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



