Inklingo

Hoe zeg je "markeren" in het Spaans

Dutch → Spaans

marcar

mar-KAR/maɾˈkaɾ/

verbB1neutraal
Gebruik 'marcar' als je wilt aangeven dat iets een lijn, een teken of een punt aangeeft, zoals bij het aangeven van de tijd of het zetten van een streep.
Een eenvoudige tekening van een rood potlood dat een dikke, rechte lijn over een wit oppervlak maakt.

Voorbeelden

El tren marcó la hora de llegada al mediodía.

De trein gaf het middaguur als aankomsttijd aan.

El reloj marcó las doce en punto.

De klok gaf precies twaalf uur aan.

Debes marcar con una 'X' la casilla correcta.

Je moet het juiste vakje met een 'X' markeren.

El mapa marca dónde está el tesoro.

De kaart geeft aan waar de schat ligt.

Reflexief gebruik voor zichtbaarheid

De reflexieve vorm 'marcarse' kan betekenen dat iets zichtbaar of opvallend is, vaak gerelateerd aan kleding of lichaamsbouw: 'Se le marcan los músculos' (Zijn spieren zijn zichtbaar/te zien).

marca

MAR-cah/ˈmaɾka/

verbA2neutraal
Gebruik 'marca' (de derde persoon enkelvoud van 'marcar') als je wilt zeggen dat iemand een teken maakt op iets, bijvoorbeeld om fouten aan te duiden of iets te markeren ter identificatie.
Een close-up van een hand die een scherp gereedschap vasthoudt en een zichtbare, eenvoudige lijn in de zijkant van een houten paal snijdt.

Voorbeelden

Ella marca los errores importantes en el informe.

Zij markeert de belangrijke fouten in het rapport.

Ella marca los errores en el papel.

Zij markeert de fouten op het papier. (Dit gebruikt de vorm 'marca')

Tienes que marcar el número antes de hablar.

Je moet het nummer draaien voordat je spreekt.

El delantero marcó un gol en el último minuto.

De spits scoorde een doelpunt in de laatste minuut.

De 'Car'-Veranderingsregel

Werkwoorden die eindigen op -car (zoals marcar) moeten de 'c' veranderen in 'qu' wanneer deze gevolgd wordt door een 'e'. Dit gebeurt in de 'yo'-vorm van de verleden tijd (marqué) en in de speciale werkwoordsvormen (aanvoegende wijs en gebiedende wijs) om de harde 'k'-klank te behouden. Dit is anders dan in het Nederlands, waar de spelling van werkwoorden in de verleden tijd (ik markeerde) niet zo'n klankbehoudende spellingwijziging vereist.

Fout in de Verleden Tijd

Fout:Yo marcí (in plaats van marqué)

Correctie: De correcte verleden tijd 'ik markeerde' is 'Yo marqué'. Als je 'marcí' zou gebruiken, zou dit de klank veranderen, wat onjuist is.

notar

/no-TAR//noˈtaɾ/

verbB2neutraal
Gebruik 'notar' wanneer je bedoelt dat je iets opschrijft of registreert, zoals het noteren van namen of gegevens, en niet zozeer een fysiek teken maakt.
Een hand houdt een potlood vast en schrijft een klein merkteken op een stuk papier.

Voorbeelden

El profesor notó la asistencia de todos los estudiantes.

De leraar noteerde de aanwezigheid van alle studenten.

El secretario notó los nombres de los asistentes.

De secretaris noteerde de namen van de aanwezigen.

Het verschil tussen 'marcar' en 'notar'

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'marcar' (een fysiek teken maken of iets aangeven) met 'notar' (opschrijven of registreren). Denk eraan: 'marcar' is vaak zichtbaar, 'notar' is informatie vastleggen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.