Hoe zeg je "trots" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “trots” is “orgulloso” — gebruik 'orgulloso' als je trots uitdrukt op iemands prestaties of op iets wat je zelf hebt bereikt, vergelijkbaar met 'trots zijn op'..
orgulloso
/or-goo-YOH-soh//oɾ.ɣuˈʎo.so/

Voorbeelden
Estoy muy orgulloso de tus logros académicos.
Ik ben erg trots op je academische prestaties.
Mi abuela siempre fue una mujer muy orgullosa de su familia.
Mijn grootmoeder was altijd een vrouw die erg trots was op haar familie.
Los padres estaban orgullosos de ver a su hija graduarse.
De ouders waren er trots op hun dochter te zien afstuderen.
Verbuiging is Cruciaal
Aangezien 'orgulloso' een beschrijvend woord is, moet het zijn uitgang aanpassen aan de persoon die de emotie voelt: orgulloso (mannelijk), orgullosa (vrouwelijk), orgullosos (meervoud mannelijk), orgullosas (meervoud vrouwelijk).
Gebruik 'Estar', Niet 'Ser'
Wanneer je spreekt over je trots voelen (een tijdelijke emotie of toestand), moet je het werkwoord 'estar' gebruiken. (Bv. 'Estoy orgulloso de ti.')
Verkeerde Voorzetsel
Fout: “Estoy orgulloso por ti.”
Correctie: Estoy orgulloso de ti. ('Orgulloso' wordt altijd gevolgd door het voorzetsel 'de' (van) om de reden voor de trots aan te geven.)
orgullo
or-GOO-yoh/oɾˈɣuʎo/

Voorbeelden
Siento mucho orgullo por haber terminado la carrera.
Ik voel veel trots dat ik mijn studie heb afgerond.
Mi hijo es mi mayor orgullo.
Mijn zoon is mijn grootste trots (of: mijn grootste bron van trots).
Es un orgullo representar a mi país.
Het is een eer/een bron van trots om mijn land te vertegenwoordigen.
Gebruik van 'Orgullo' met Werkwoorden
Je gebruikt meestal 'sentir' (voelen) of 'tener' (hebben) met 'orgullo': 'Siento orgullo' of 'Tengo orgullo'. In het Nederlands zeggen we vaak 'Ik ben trots' of 'Ik voel trots'.
Verwarring met het Adjectief
Fout: “Het gebruiken van *orgullo* (het zelfstandig naamwoord) in plaats van *orgulloso* (het bijvoeglijk naamwoord) om een persoon te beschrijven, bijvoorbeeld 'Yo soy orgullo.'”
Correctie: Gebruik het bijvoeglijk naamwoord: 'Yo soy orgulloso/a' (Ik ben trots). In het Nederlands gebruiken we altijd het bijvoeglijk naamwoord 'trots'.
ancho
/AHN-cho//ˈantʃo/

Voorbeelden
Le dijo que no pensaba volver y se quedó tan ancho.
Hij zei haar dat hij niet van plan was terug te komen en gedroeg zich volkomen onverstoorbaar.
Verwarring tussen 'orgulloso' en 'orgullo'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


