Hoe zeg je "eer" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “eer” is “honor” — gebruik 'honor' als je verwijst naar een goede reputatie, integriteit, of de eer die voortkomt uit respect en waardigheid..
honor
/oh-NOR//oˈnoɾ/

Voorbeelden
Luchó por el honor de su familia.
Hij vocht voor de eer van zijn familie.
Es un hombre de honor.
Hij is een man van eer.
Prefiero morir con honor que vivir con vergüenza.
Ik sterf liever met eer dan met schande te leven.
Es un honor estar aquí con ustedes.
Het is een eer om hier bij jullie te zijn.
Een Mannelijk Zelfstandig Naamwoord dat Niet op -o Eindigt
'Honor' is een mannelijk woord. Zeg altijd 'el honor' (de eer) of 'un honor' (een eer). Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'eer' vrouwelijk is ('de eer').
Het gebruik van 'la' in plaats van 'el'
Fout: “La honor de mi país es importante.”
Correctie: El honor de mi país es importante. Onthoud dat 'honor' mannelijk is, dus het heeft 'el' nodig, ook al klinkt het in het Spaans alsof het met een klinker begint.
privilegio
/pree-bee-LEH-heeoh//pɾi.βiˈle.xjo/

Voorbeelden
Fue un privilegio asistir a la ceremonia de graduación de mi hija.
Het was een eer/een privilege om de afstudeerceremonie van mijn dochter bij te wonen.
Tuve el privilegio de trabajar junto a la famosa chef durante un mes.
Ik had de eer om een maand lang samen met de beroemde chef te werken.
Gebruik van 'De'
Wanneer je 'privilegio' gebruikt om 'eer' aan te duiden en je er direct een werkwoord achter zet, heb je bijna altijd het voorzetsel 'de' nodig: 'Tengo el privilegio de ayudarte' (Ik heb de eer je te helpen). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'de eer hebben om te...'
orgullo
or-GOO-yoh/oɾˈɣuʎo/

Voorbeelden
Siento mucho orgullo por haber terminado la carrera.
Ik voel veel trots dat ik mijn studie heb afgerond.
Mi hijo es mi mayor orgullo.
Mijn zoon is mijn grootste trots (of: mijn grootste bron van trots).
Es un orgullo representar a mi país.
Het is een eer/een bron van trots om mijn land te vertegenwoordigen.
Gebruik van 'Orgullo' met Werkwoorden
Je gebruikt meestal 'sentir' (voelen) of 'tener' (hebben) met 'orgullo': 'Siento orgullo' of 'Tengo orgullo'. In het Nederlands zeggen we vaak 'Ik ben trots' of 'Ik voel trots'.
Verwarring met het Adjectief
Fout: “Het gebruiken van *orgullo* (het zelfstandig naamwoord) in plaats van *orgulloso* (het bijvoeglijk naamwoord) om een persoon te beschrijven, bijvoorbeeld 'Yo soy orgullo.'”
Correctie: Gebruik het bijvoeglijk naamwoord: 'Yo soy orgulloso/a' (Ik ben trots). In het Nederlands gebruiken we altijd het bijvoeglijk naamwoord 'trots'.
medalla
meh-DAH-yah/meˈða.ʝa/

Voorbeelden
Él siempre se cuelga la medalla por el trabajo de su equipo.
Hij strijkt altijd de eer op voor het werk van zijn team.
No te cuelgues la medalla; yo fui quien tuvo la idea.
Neem jij de eer niet; ik was degene met het idee.
Reflexieve Handeling
Deze uitdrukking gebruikt het reflexieve werkwoord 'colgarse' (zichzelf ophangen), wat benadrukt dat de persoon actief de eer voor zichzelf opeist. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak 'de eer opstrijken' gebruiken zonder een direct reflexief element.
Verwarring tussen 'honor' en 'privilegio'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



