Hoe zeg je "winkel" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “winkel” is “tienda” — gebruik 'tienda' als de algemene en meest gebruikelijke vertaling voor 'winkel', vooral voor kleine tot middelgrote winkels..
tienda
/tyen-da//ˈtjenda/

Voorbeelden
Voy a la tienda a comprar leche.
Ik ga naar de winkel om melk te kopen.
Mi hermana trabaja en una tienda de ropa.
Mijn zus werkt in een kledingwinkel.
Muchas tiendas del centro cierran los domingos.
Veel winkels in het centrum zijn op zondag gesloten.
Altijd Vrouwelijk: 'La Tienda'
Onthoud dat 'tienda' een vrouwelijk woord is. Dit betekent dat je het bijna altijd met 'la' (de) of 'una' (een) ervoor zult zien. Bijvoorbeeld: 'La tienda está cerrada' (De winkel is gesloten).
De Plaats versus de Activiteit
Fout: “Me gusta tienda.”
Correctie: Om te zeggen dat je van de activiteit winkelen houdt, gebruik je de zin 'Me gusta ir de tiendas.' 'Tienda' is alleen de plaats, niet de handeling.
negocio
/neh-GO-syo//neˈɣo.sjo/

Voorbeelden
Mi tío tiene un negocio de zapatos en el centro.
Mijn oom heeft een schoenenbedrijf in het centrum.
Abrir un negocio propio es mi sueño.
Een eigen bedrijf starten is mijn droom.
El negocio de la esquina vende frutas frescas.
De winkel op de hoek verkoopt vers fruit.
Altijd Mannelijk
Hoewel het eindigt op 'o', is het goed om te onthouden dat 'negocio' altijd een mannelijk woord is. Je zegt dus altijd 'el negocio' (het bedrijf) of 'un negocio' (een bedrijf).
'Negocio' versus 'Empresa'
Fout: “Quiero trabajar en un negocio grande.”
Correctie: Quiero trabajar en una empresa grande. 'Negocio' is erg algemeen en suggereert vaak een kleinere winkel of operatie. Voor een groot bedrijf of corporatie is 'empresa' een betere keuze.
almacén
Voorbeelden
Fui al almacén de la esquina a comprar leche y pan.
Ik ging naar de hoekwinkel om melk en brood te kopen.
mercado
mer-KAH-doh/meɾˈkado/

Voorbeelden
Vamos al mercado para comprar frutas frescas.
We gaan naar de markt om vers fruit te kopen.
El mercado central está abierto hasta las seis de la tarde.
De centrale markt is tot zes uur 's avonds geopend.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'mercado' altijd mannelijk is. In het Nederlands gebruiken we 'de' (de markt) of 'een' (een markt). Het Spaanse lidwoord is 'el' of 'un': 'el mercado' of 'un mercado'.
comercio
/koh-mehr-syoh//koˈmeɾsjo/

Voorbeelden
Hay un nuevo comercio de ropa en la esquina.
Er is een nieuwe kledingwinkel op de hoek.
Los pequeños comercios están sufriendo por la crisis.
Kleine winkels (comercios) lijden onder de crisis.
Enkelvoud versus Meervoud
Je kunt 'comercios' (meervoud) gebruiken om over veel winkels te praten, net zoals je in het Nederlands 'winkels' gebruikt.
De Plaats en de Activiteit Verwarren
Fout: “¿Dónde está el comercio de la ciudad? (betekent 'Waar is de handel van de stad?')”
Correctie: Om naar het winkelgebied te vragen, zeg je: '¿Dónde está la zona comercial?' (Waar is de commerciële zone?) of '¿Dónde están los comercios?' (Waar zijn de winkels?).
local
lo-CAL/loˈkal/

Voorbeelden
Alquilamos un local muy grande para poner la panadería.
We hebben een heel groot pand gehuurd om de bakkerij te vestigen.
El local donde se celebró la fiesta era precioso.
De locatie waar het feest werd gehouden was prachtig.
Busco un local comercial en el centro de la ciudad.
Ik zoek een commercieel pand in het stadscentrum.
Altijd Mannelijk
Wanneer het verwijst naar een commerciële ruimte of locatie, is 'local' altijd mannelijk: 'el local', 'los locales'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'de winkel' (vrouwelijk/gemeenschappelijk) of 'het pand' (onzijdig) gebruiken.
Tienda vs. Negocio
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.




