Inklingo

Hoe zeg je "zaak" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorzaakis negociogebruik 'negocio' voor een commerciële onderneming of een winkel, of wanneer je spreekt over een zakelijke transactie of een bedrijf waarvoor je werkt..

negocio🔊A1

Gebruik 'negocio' voor een commerciële onderneming of een winkel, of wanneer je spreekt over een zakelijke transactie of een bedrijf waarvoor je werkt.

Meer leren →
empresa🔊A1

Gebruik 'empresa' specifiek voor een bedrijf of organisatie, vaak met een formelere of grotere schaal dan 'negocio'.

Meer leren →
asunto🔊A2

Gebruik 'asunto' voor het onderwerp van een gesprek, e-mail of document, of voor een algemene kwestie die besproken wordt.

Meer leren →
cosa🔊A2

Gebruik 'cosa' als een zeer algemeen woord voor 'ding' of 'zaak', vaak in informele contexten waar de specifieke betekenis minder belangrijk is.

Meer leren →
tema🔊A2

Gebruik 'tema' wanneer 'zaak' verwijst naar het hoofdonderwerp of thema van een discussie, lezing of werk.

Meer leren →
comercio🔊A2

Gebruik 'comercio' om een winkel of een commerciële vestiging aan te duiden, vergelijkbaar met 'negocio' maar specifieker gericht op de fysieke winkel.

Meer leren →
cuestiónB1

Gebruik 'cuestión' voor een onderwerp dat aandacht, discussie of een oplossing vereist, vaak een probleem of een belangrijk punt.

Meer leren →
causa🔊B1

Gebruik 'causa' voor een juridische procedure (een rechtszaak) of voor een ideaal of beweging waarvoor men strijdt (een goed doel).

Meer leren →
demanda🔊B2

Gebruik 'demanda' specifiek voor een formele juridische eis of rechtszaak die is ingediend bij een rechtbank.

Meer leren →
incumbencia🔊B2

Gebruik 'incumbencia' om aan te geven dat iets iemands verantwoordelijkheid, plicht of bevoegdheid is, of juist niet.

Meer leren →
Dutch → Spaans

negocio

/neh-GO-syo//neˈɣo.sjo/

nounA1general
Gebruik 'negocio' voor een commerciële onderneming of een winkel, of wanneer je spreekt over een zakelijke transactie of een bedrijf waarvoor je werkt.
Een vriendelijke winkelier staat buiten een kleine, lichte winkelpui met kleurrijke schoenen in de etalage, wat een bedrijf voorstelt.

Voorbeelden

Mi tío tiene un negocio de zapatos en el centro.

Mijn oom heeft een schoenenbedrijf in het centrum.

Abrir un negocio propio es mi sueño.

Een eigen bedrijf starten is mijn droom.

El negocio de la esquina vende frutas frescas.

De winkel op de hoek verkoopt vers fruit.

El divorcio de mis padres fue un negocio muy complicado.

De scheiding van mijn ouders was een zeer gecompliceerde kwestie.

Altijd Mannelijk

Hoewel het eindigt op 'o', is het goed om te onthouden dat 'negocio' altijd een mannelijk woord is. Je zegt dus altijd 'el negocio' (het bedrijf) of 'un negocio' (een bedrijf).

'Negocio' versus 'Empresa'

Fout:Quiero trabajar en un negocio grande.

Correctie: Quiero trabajar en una empresa grande. 'Negocio' is erg algemeen en suggereert vaak een kleinere winkel of operatie. Voor een groot bedrijf of corporatie is 'empresa' een betere keuze.

empresa

em-PREH-sah/emˈpɾesa/

nounA1general
Gebruik 'empresa' specifiek voor een bedrijf of organisatie, vaak met een formelere of grotere schaal dan 'negocio'.
Een felgekleurd, gestileerd bedrijfspand met grote ramen en een duidelijk, eenvoudig geometrisch symbool boven de ingang, dat een commerciële organisatie symboliseert.

Voorbeelden

Trabajo para una empresa de software muy grande.

Ik werk voor een heel groot softwarebedrijf.

Queremos fundar nuestra propia empresa el próximo año.

We willen volgend jaar ons eigen bedrijf starten.

El presidente de la empresa dio un discurso sobre las ventas.

De voorzitter van het bedrijf gaf een toespraak over de verkoop.

Altijd Vrouwelijk

Onthoud dat 'empresa' altijd een vrouwelijk woord is, dus je moet vrouwelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden gebruiken (bijv. 'la empresa', 'una empresa pequeña'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'het bedrijf' mannelijk/onzijdig is.

Genderfout

Fout:El empresa es grande.

Correctie: La empresa es grande. (Denk eraan dat de uitgang '-a' in Spaanse zelfstandige naamwoorden vaak wijst op het vrouwelijk geslacht.)

asunto

/ah-SOON-toh//aˈsunto/

nounA2general
Gebruik 'asunto' voor het onderwerp van een gesprek, e-mail of document, of voor een algemene kwestie die besproken wordt.
Twee personages bespreken een onderwerp, gesymboliseerd door een zwevende gloeilamp boven het hoofd van één spreker.

Voorbeelden

El asunto del correo electrónico era 'Reunión Urgente'.

Het onderwerp van de e-mail was 'Dringende Vergadering'.

Cambiemos de asunto, por favor. No quiero hablar de eso.

Laten we van onderwerp veranderen, alsjeblieft. Ik wil het daar niet over hebben.

El asunto principal de la clase de hoy es el medio ambiente.

Het hoofdonderwerp van de les van vandaag is het milieu.

Verwarring met 'Sujeto'

Fout:Het gebruik van 'sujeto' voor het onderwerp van een gesprek. 'Sujeto' betekent meestal een persoon of het onderwerp van een zin in de grammatica.

Correctie: Voor het onderwerp van een e-mail, boek of gesprek gebruikt u altijd 'asunto' of 'tema'. Bijvoorbeeld: 'El asunto de la película es el amor' (Het thema van de film is liefde).

cosa

/KOH-sah//ˈkosa/

nounA2informal
Gebruik 'cosa' als een zeer algemeen woord voor 'ding' of 'zaak', vaak in informele contexten waar de specifieke betekenis minder belangrijk is.
Twee mensen zitten aan een cafétafel, zien er bezorgd uit en praten serieus, waarbij één persoon gebaart om een punt te maken.

Voorbeelden

La cosa es que no tengo dinero.

De kwestie is dat ik geen geld heb.

Es una cosa de familia.

Het is een familiale aangelegenheid.

Hay otra cosa que quiero decirte.

Er is nog iets wat ik je wil vertellen.

tema

/TEH-mah//ˈte.ma/

nounA2general
Gebruik 'tema' wanneer 'zaak' verwijst naar het hoofdonderwerp of thema van een discussie, lezing of werk.
Twee vereenvoudigde stripfiguren zitten aan een kleine tafel, beiden kijken aandachtig naar één felgekleurde, gestileerde appel in het midden van de tafel, wat het focuspunt van hun gesprek voorstelt.

Voorbeelden

El tema principal de la reunión es el nuevo proyecto.

Het hoofdonderwerp van de vergadering is het nieuwe project.

No quiero hablar de ese tema ahora.

Ik wil het nu niet over dat onderwerp hebben.

La amistad es un tema central en la novela.

Vriendschap is een centraal thema in de roman.

Mannelijke Zelfstandige Naamwoorden die eindigen op '-a'

Verrassing! Hoewel 'tema' eindigt op '-a', is het een mannelijk woord. Je zegt altijd 'el tema' of 'un tema'. Dit komt vaak voor bij woorden die oorspronkelijk uit het Grieks komen, zoals 'problema', 'idioma' en 'mapa'.

Het Verkeerde Geslacht Gebruiken

Fout:Me interesa *la tema* de la película.

Correctie: Me interesa *el tema* de la película. Onthoud dat 'tema' mannelijk is, dus het heeft 'el' nodig, niet 'la'.

comercio

/koh-mehr-syoh//koˈmeɾsjo/

nounA2general
Gebruik 'comercio' om een winkel of een commerciële vestiging aan te duiden, vergelijkbaar met 'negocio' maar specifieker gericht op de fysieke winkel.
Een felgekleurde, eenvoudige illustratie van de buitenkant van een kleine, uitnodigende buurtwinkel met een prominent etalagevenster met daarin verschillende gestileerde artikelen.

Voorbeelden

Hay un nuevo comercio de ropa en la esquina.

Er is een nieuwe kledingwinkel op de hoek.

Los pequeños comercios están sufriendo por la crisis.

Kleine winkels (comercios) lijden onder de crisis.

Enkelvoud versus Meervoud

Je kunt 'comercios' (meervoud) gebruiken om over veel winkels te praten, net zoals je in het Nederlands 'winkels' gebruikt.

De Plaats en de Activiteit Verwarren

Fout:¿Dónde está el comercio de la ciudad? (betekent 'Waar is de handel van de stad?')

Correctie: Om naar het winkelgebied te vragen, zeg je: '¿Dónde está la zona comercial?' (Waar is de commerciële zone?) of '¿Dónde están los comercios?' (Waar zijn de winkels?).

cuestión

nounB1general
Gebruik 'cuestión' voor een onderwerp dat aandacht, discussie of een oplossing vereist, vaak een probleem of een belangrijk punt.

Voorbeelden

La cuestión de la vivienda es muy grave en esta ciudad.

De kwestie van de huisvesting is zeer ernstig in deze stad.

causa

/kow-sah//ˈkawsa/

nounB1legal/general
Gebruik 'causa' voor een juridische procedure (een rechtszaak) of voor een ideaal of beweging waarvoor men strijdt (een goed doel).
Een groep diverse individuen die schouder aan schouder staan en een grote illustratie van een groen blad omhoog houden, wat een gedeelde zaak of beweging symboliseert.

Voorbeelden

Luchamos por una buena causa.

Wij vechten voor een goed doel.

La protección del medio ambiente es su causa.

Het beschermen van het milieu is haar zaak.

El abogado presentó la causa ante el juez.

De advocaat presenteerde de zaak voor de rechter.

Ganaron la causa después de muchos años.

Ze wonnen de rechtszaak na vele jaren.

demanda

/deh-MAHN-dah//deˈmanda/

nounB2legal
Gebruik 'demanda' specifiek voor een formele juridische eis of rechtszaak die is ingediend bij een rechtbank.
Een figuur in een eenvoudig zwart gewaad zit achter een groot houten bureau en observeert twee figuren die tegenover elkaar staan. Eén figuur houdt een opgerold juridisch document vast, wat een rechtszaak symboliseert.

Voorbeelden

El abogado presentó la demanda ayer por la mañana.

De advocaat heeft de rechtszaak gisterenochtend ingediend.

Ganaron la demanda después de un largo juicio.

Ze wonnen de rechtszaak na een lang proces.

Recibimos una demanda por incumplimiento de contrato.

We ontvingen een juridische vordering wegens contractbreuk.

Belangrijke Werkwoorden

Wanneer je het hebt over het starten van een rechtszaak, zijn de meest gebruikte werkwoorden 'presentar' (indienen) of 'poner' (leggen/aanspannen). Om te winnen, gebruik je 'ganar' (winnen). Dit verschilt van het Nederlands, waar we 'een zaak aanspannen' zeggen.

incumbencia

/een-koom-BEN-syah//iŋkumˈbenθja/

nounB2formal
Gebruik 'incumbencia' om aan te geven dat iets iemands verantwoordelijkheid, plicht of bevoegdheid is, of juist niet.
Een tuinman die voorzichtig een kleine, levendige groene plant in een pot water geeft.

Voorbeelden

Ese asunto no es de mi incumbencia.

Die kwestie gaat mij niet aan.

La educación de los hijos es incumbencia de los padres.

De opvoeding van kinderen is de verantwoordelijkheid van de ouders.

Eso queda fuera de tu incumbencia profesional.

Dat valt buiten uw professionele takenpakket.

Gebruik van 'de' voor bezit/toewijzing

Dit woord wordt bijna altijd gebruikt met het woord 'de' (van) om aan te geven aan wie de verantwoordelijkheid toebehoort, zoals 'es de mi incumbencia' (het is mijn aangelegenheid). Dit is vergelijkbaar met hoe wij in het Nederlands 'van' gebruiken om een relatie aan te geven.

Gebruik 'negocio' niet voor 'business'

Fout:Het gebruik van 'no es mi negocio' om te zeggen 'het is mijn zaken niet'.

Correctie: Zeg 'no es de mi incumbencia' of 'no es asunto mío'. 'Negocio' verwijst in het Spaans meestal naar een winkel of een commerciële transactie, niet naar iemands persoonlijke zaken.

Verwarring tussen 'asunto', 'cuestión' en 'tema'

Let op het verschil tussen 'asunto' (onderwerp van een document/mail), 'cuestión' (een punt van discussie of probleem) en 'tema' (hoofdthema van iets). Hoewel ze overlappen, is 'asunto' vaak specifieker voor de inhoud, terwijl 'cuestión' meer een probleem aanduidt en 'tema' het centrale onderwerp.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.