buena
“buena” betekent “goed” in het Spaans. Het heeft 4 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
goed
Ook: fijn, leuk
📝 In Actie
Es una buena doctora.
A1Zij is een goede dokter.
Compré una falda muy buena y barata.
A2Ik kocht een zeer goede en goedkope rok.
Tiene buena memoria para los nombres.
B1Zij heeft een goed geheugen voor namen.
aardig
Ook: goedhartig, braaf
📝 In Actie
Mi abuela es una persona muy buena.
A1Mijn grootmoeder is een heel goed/aardig persoon.
Gracias por tu ayuda, eres muy buena.
A2Bedankt voor je hulp, je bent heel aardig.
lekker
Ook: heerlijk, goed
📝 In Actie
¡La sopa está muy buena!
A2De soep is heel goed/lekker!
Esta tarta de manzana está buenísima.
B1Deze appeltaart is heerlijk.

📝 In Actie
¡Buenas! ¿Qué tal todo?
A1Hoi! Hoe gaat het?
Buenas noches, que duermas bien.
A1Goedenacht, slaap lekker.
Buenas tardes, ¿en qué puedo ayudarla?
A2Goedemiddag, hoe kan ik u helpen?
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: buena
Vraag 1 van 1
In welke zin wordt 'buena' gebruikt om te beschrijven hoe eten smaakt?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
'Buena' komt van het Latijnse woord 'bonus', wat 'goed' betekende. In de loop van de tijd ontwikkelde het mannelijke ('bueno') en vrouwelijke ('buena') vormen in het Spaans om aan te sluiten bij de woorden die het beschrijft.
Eerste vermelding: Before the 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom eindigt het soms op '-o' (bueno) en soms op '-a' (buena)?
In het Spaans hebben woorden een geslacht. 'Buena' wordt gebruikt om vrouwelijke woorden te beschrijven (zoals 'la casa' of 'la chica'), en 'bueno' is voor mannelijke woorden (zoals 'el libro' of 'el chico'). Het bijvoeglijk naamwoord moet passen!
Wat is het verschil tussen 'ser buena' en 'estar buena'?
'Ser buena' beschrijft meestal iemands karakter (zij *is* een aardig persoon). 'Estar buena' beschrijft een tijdelijke toestand, zoals hoe eten smaakt (de soep *is* lekker) of iemands gezondheid (zij *is* goed). Let op, want in veel gebieden is 'estar buena' ook informele straattaal om te zeggen dat een vrouw fysiek aantrekkelijk is.



