Hoe zeg je "verlegen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “verlegen” is “tímido” — gebruik 'tímido' voor een algemene, aangeboren persoonlijkheidskenmerk van verlegenheid, vooral bij mensen die moeite hebben met nieuwe contacten.
tímido
Voorbeelden
Mi hermano es muy tímido y no habla mucho con gente nueva.
Mijn broer is erg verlegen en praat niet veel met nieuwe mensen.
avergonzado
ah-ver-gon-SAH-doha.βeɾ.ɣonˈsa.ðo

Voorbeelden
Estaba muy avergonzado después de caerse frente a todos.
Hij was erg beschaamd nadat hij voor iedereen was gevallen.
Ella se sintió avergonzada por el comentario que hizo.
Ze voelde zich beschaamd over de opmerking die ze maakte.
Los niños se quedaron en silencio, avergonzados de su travesura.
De kinderen bleven stil, beschaamd door hun ondeugd.
Naamvallen (Accord van het Adjectief)
Aangezien dit een bijvoeglijk naamwoord is, moet je de uitgang aanpassen aan de persoon of het ding dat je beschrijft: 'avergonzada' (vrl.), 'avergonzados' (m. mv.), 'avergonzadas' (vrl. mv.).
Verwarring van de werkwoorden
Fout: “Soy avergonzado (Gebruik van 'ser')”
Correctie: Estoy avergonzado (Gebruik van 'estar'). Schaamte voelen is een tijdelijke emotionele toestand, dus je moet het werkwoord 'estar' gebruiken om het te beschrijven.
vergonzoso
vair-gohn-SOH-sohbeɾ.ɣonˈso.so

Voorbeelden
Mi hijo es muy vergonzoso y no le gusta hablar en clase.
Mijn zoon is erg verlegen en praat niet graag in de klas.
Estaba tan vergonzosa que se puso roja.
Ze was zo beschaamd dat ze rood werd.
Cuando le pregunté su nombre, se puso vergonzoso.
Toen ik zijn naam vroeg, werd hij verlegen/beschaamd.
Ser vs. Estar: Persoonlijkheid versus Gevoel
Gebruik 'ser' (Ella es vergonzosa) om de verlegen persoonlijkheid van iemand te beschrijven. Gebruik 'estar' (Él está vergonzoso) om aan te geven dat hij zich op dat moment schaamt of beschaamd voelt over iets. Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands, waar 'zijn' vaak voor beide wordt gebruikt.
Verlegen en Schaamtevol Verwarren
Fout: “Het gebruik van 'tímido' om een schaamtevolle gebeurtenis te beschrijven.”
Correctie: 'Tímido' beschrijft alleen mensen die verlegen zijn. Gebruik 'vergonzoso' voor zowel de verlegen persoon als de gênante gebeurtenis.
callado
ca-YA-dokaˈʎaðo

Voorbeelden
Mi hermana es muy callada en clase, pero habla mucho en casa.
Mijn zus is erg stil/gereserveerd in de klas, maar praat veel thuis.
El bosque estaba callado, solo se escuchaban los pájaros.
Het bos was stil; alleen de vogels waren te horen.
Se quedó callado cuando le preguntaron por el dinero.
Hij bleef stil toen ze hem naar het geld vroegen.
Overeenkomst is Essentieel
Als bijvoeglijk naamwoord moet 'callado' zijn uitgang aanpassen aan het persoon of ding dat het beschrijft: 'el niño callado' (m), 'la niña callada' (v), 'los niños callados' (meervoud m).
Callado versus Silencioso
Fout: “Het gebruik van 'silencioso' om de gereserveerde aard van een persoon te beschrijven.”
Correctie: Gebruik 'callado' voor een persoon die stil of gereserveerd is ('una persona callada'). Gebruik 'silencioso' voor een kamer of ding dat geen geluid maakt ('una habitación silenciosa').
apenado
ah-peh-NAH-dohapeˈnaðo

Voorbeelden
No te quedes ahí apenado, ¡pasa y conoce a la familia!
Blijf daar niet verlegen staan, kom binnen en ontmoet de familie!
Me sentí muy apenado cuando se me olvidó tu nombre.
Ik voelde me erg beschaamd toen ik je naam vergat.
Él estaba apenado por haber llegado tan tarde a la cena.
Hij schaamde zich dat hij zo laat was aangekomen bij het diner.
Sociale Context
Dit woord beschrijft dat 'ongemakkelijke' gevoel dat je krijgt als je een fout hebt gemaakt of in het middelpunt van de belangstelling staat.
De 'Zwanger'-valkuil
Fout: “Estoy muy embarazado por mi error.”
Correctie: Estoy muy apenado por mi error. 'Embarazado' betekent zwanger; 'apenado' is het woord dat je wilt voor beschaamd!
corto
KOR-tohˈkoɾto

Voorbeelden
No seas corto, habla con ella.
Wees niet verlegen, praat met haar.
Parece que está un poco corto de memoria.
Het lijkt alsof hij een beetje geheugen tekortkomt.
Mi abuela está un poco corta de oído.
Mijn grootmoeder is een beetje slechthorend (kort van gehoor).
Gebruik van 'Corto de'
Wanneer 'corto' een tekortkoming beschrijft, wordt het vaak gevolgd door 'de' (van) en het zelfstandig naamwoord dat aangeeft wat er ontbreekt: 'corto de dinero' (geld tekort), 'corto de paciencia' (geduld tekort). Dit is vergelijkbaar met de Nederlandse constructie 'tekort aan...'
atado
ah-TAH-dohaˈtaðo

Voorbeelden
Cuando conoció a la jefa, se sintió muy atado y no dijo nada.
Toen hij de baas ontmoette, voelde hij zich erg verlegen en zei hij niets.
No puedo ayudarte con eso, estoy atado por el contrato.
Ik kan je daar niet mee helpen, ik ben beperkt door het contract.
Gebruik met 'Estar'
Deze betekenis gebruikt bijna altijd het werkwoord 'estar' (zijn) omdat het een tijdelijke emotionele toestand of een huidige beperking beschrijft, en geen permanente eigenschap. Dit is vergelijkbaar met 'Hij is boos' (Hij is tijdelijk boos) in het Nederlands, wat 'estar' vereist.
cortado
kor-TAH-dohkoɾˈtaðo

Voorbeelden
Cuando le hicieron la pregunta, se quedó completamente cortado.
Toen ze hem de vraag stelden, was hij compleet sprakeloos (of verlegen).
Estaba tan cortado que no pudo decir ni una palabra.
Hij was zo verlegen dat hij geen woord kon uitbrengen.
Gebruik van 'Estar'
Dit bijvoeglijk naamwoord beschrijft een tijdelijke toestand of gevoel, dus het wordt altijd gebruikt met het werkwoord 'estar' (zijn in een toestand), niet met 'ser' (permanent zijn). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'Ik ben verlegen' (tijdelijk) versus 'Ik ben een verlegen persoon' (permanenter, hoewel in het Nederlands vaak ook 'zijn' wordt gebruikt).
Verwarring tussen 'Cortado' en 'Cortar'
Fout: “Het gebruik van 'cortar' (het werkwoord) wanneer je 'verlegen zijn' bedoelt (bv. 'Yo corto').”
Correctie: Gebruik de bijvoeglijke naamwoordvorm met 'estar': 'Yo estoy cortado' (Ik ben verlegen/sprakeloos).
quedado
keh-DAH-dohkeˈðaðo

Voorbeelden
Mi primo es muy quedado; casi nunca habla en las fiestas.
Mijn neef is erg verlegen; hij praat bijna nooit op feestjes.
Ella prefiere quedarse en casa, es un poco quedada.
Zij blijft liever thuis, ze is een beetje een muurbloempje.
Ese teléfono es tan quedado, ya nadie lo usa.
Die telefoon is zo ouderwets, niemand gebruikt hem meer.
Ser versus Estar
Dit bijvoeglijk naamwoord gebruikt bijna altijd 'ser' omdat het een permanente karaktereigenschap of kenmerk beschrijft: 'Mi hermano es quedado' (Mijn broer is een verlegen persoon).
Tímido vs. Avergonzado
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.







