fresco
FRES-koh
/ˈfɾesko/
Fresco beschrijft een comfortabele, koele temperatuur.
📝 In Actie
Necesitas una chaqueta, el aire está fresco.
A1Je hebt een jas nodig, de lucht is koel.
Prefiero las mañanas frescas de primavera.
A2Ik heb liever de koele lentemorgens.
💡 Grammaticapunten
Overeenkomst van het bijvoeglijk naamwoord
Onthoud dat 'fresco' moet overeenkomen met het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst. Gebruik 'fresco' voor mannelijke enkelvoudige zelfstandige naamwoorden (el aire), 'fresca' voor vrouwelijke enkelvoudige (la mañana), 'frescos' voor mannelijke meervoud, en 'frescas' voor vrouwelijke meervoud.
❌ Veelgemaakte Fouten
Gebruik van 'Ser' vs. 'Estar' voor het weer
Fout: “El día es fresco. (Wanneer je het weer van vandaag beschrijft)”
Correctie: Hoy hace fresco. (Gebruik de uitdrukking 'hacer fresco' om over de huidige temperatuur van de dag te praten.)
⭐ Gebruikstips
Temperatuurbereik
'Fresco' is milder dan 'frío' (koud). Het impliceert een aangename, verfrissende koelte, geen echte kou.

Deze vers geplukte bessen zijn echt fresco.
fresco(Bijvoeglijk naamwoord)
vers
?nieuw gemaakt, geoogst of niet bedorven
nieuw
?recent information
📝 In Actie
Compramos pescado fresco en el mercado.
A1We kochten verse vis op de markt.
Ella siempre tiene ideas frescas para el trabajo.
B1Zij heeft altijd frisse ideeën voor haar werk.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van 'Estar' voor de toestand
Wanneer je spreekt over de huidige staat van voedsel (is het nu vers?), gebruik je het werkwoord 'estar': 'La carne está fresca' (Het vlees is vers).
⭐ Gebruikstips
Tegenovergestelde van bevroren
Wanneer je verwijst naar voedsel dat niet ingevroren of bewaard is, is 'fresco' het perfecte woord: '¿Está congelado o fresco?' (Is het bevroren of vers?)

Wanneer iemand onbeschoft of brutaal is, wordt hij beschreven als fresco.
fresco(Bijvoeglijk naamwoord)
brutaal
?onbeschoft, onbeleefd of schaamteloos
schaamteloos
?lacking respect
📝 In Actie
Es muy fresco, le pidió dinero a su jefe el primer día.
B2Hij is erg brutaal; hij vroeg zijn baas op de eerste dag om geld.
¡Qué fresca! Se saltó toda la fila.
C1Wat onbeschoft/schaamteloos! Ze sloeg de hele rij over.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van 'Ser' voor persoonlijkheid
Wanneer 'fresco' een persoonlijkheidseigenschap beschrijft (brutaal of onbeschaamd zijn), gebruik dan altijd het werkwoord 'ser': 'Él es fresco'.
⭐ Gebruikstips
Context is cruciaal
Als je hoort dat 'fresco' een persoon beschrijft, betekent het bijna altijd dat hij zich onbeleefd of schaamteloos gedraagt, niet dat hij letterlijk koel is.

Fresco kan ook als zelfstandig naamwoord worden gebruikt, wat de toestand van koelte in het weer betekent.
fresco(Zelfstandig naamwoord)
koelte
?de toestand van koel zijn (weer)
fresco
?a type of wall painting (art)
📝 In Actie
Bajamos al sótano para disfrutar del fresco.
B1We gingen naar de kelder om van de koelte te genieten.
El guía nos mostró el fresco más antiguo de la iglesia.
B2De gids liet ons de oudste fresco in de kerk zien.
💡 Grammaticapunten
Abstract Zelfstandig Naamwoord
Wanneer het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt om 'koelte' te betekenen, is het een abstract concept en altijd mannelijk: 'el fresco'.
⭐ Gebruikstips
Contextonderscheid
Als 'el fresco' binnenshuis (zoals in een museum) wordt genoemd, verwijst het naar de schildertechniek. Als het buiten of bij warm weer wordt genoemd, verwijst het naar het verkoelende gevoel.
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: fresco
Vraag 1 van 2
In welke zin wordt 'fresco' gebruikt om voedsel te beschrijven?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Hoe weet ik of ik 'fresco' (koel) of 'frío' (koud) moet gebruiken?
'Fresco' betekent aangenaam koel of verfrissend, zoals een mooie lentedag. 'Frío' betekent echt koud, vaak ongemakkelijk koud. Denk aan 'fresco' als mild, en 'frío' als ernstig.
Wat is de vrouwelijke vorm van 'fresco'?
De vrouwelijke enkelvoudige vorm is 'fresca' (bijv. la fruta fresca, la mañana fresca). Het moet altijd overeenkomen met het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst.