Inklingo

Spaanse smalltalkfrasen

Beheers 209 essentiële Spaanse zinnen voor koetjes en kalfjes met vertalingen, context en gebruiksvoorbeelden

209 zinnenAlle niveausAudio & voorbeelden

Spaanse Koetjes en kalfjes-zinnen begrijpen

Beheers de kunst van informeel gesprek in het Spaans met smalltalkfrasen over weer, weekendplannen, werk, hobby's en luchtige onderwerpen. Leer cultureel passende gespreksopeners.

Wanneer gebruik je deze zinnen

Smalltalk is belangrijk in de Spaanse cultuur vóór zakelijke/serieuze onderwerpen. Veelvoorkomende onderwerpen: weer, familie, weekendplannen, sport (vooral voetbal), eten. Vermijd: politiek, religie, salaris, persoonlijke vragen tot er een nauwere band is.

Leertips voor Koetjes en kalfjes-zinnen

  • Weer: "¿Qué tal el clima?" (Hoe is het weer?), "Hace calor/frío" (Het is warm/koud)
  • Weekend: "¿Qué hiciste el fin de semana?" (Wat heb je het weekend gedaan?)
  • Werk: "¿Cómo va el trabajo?" (Hoe gaat het werk?), "¿A qué te dedicas?" (Wat doe je voor werk?)
  • Houd het licht en positief - het opbouwen van een band is het doel

Essentiële Koetjes en kalfjes-zinnen

Begin met deze veelgebruikte uitdrukkingen voor koetjes en kalfjes-situaties

Volledige lijst van Koetjes en kalfjes-zinnen

209 van 209 zinnen weergegeven
Aangenaam kennis te maken

Aangenaam kennis te maken

Mucho gusto

A1neutral

Afgelopen nacht

Anoche

A1neutral
After you

After you

Pase usted

A1formal
at least

at least

por lo menos

A2neutral
Avondeten

Avondeten

La cena

A1neutral
Básicamente

Básicamente

Básicamente

B1neutral

beter laat dan nooit

Más vale tarde que nunca

B1neutral

Beterschap

Que te mejores pronto

A2informal

bioscoop

el cine

A1neutral

Bless you

Salud

A1neutral

By the way

Por cierto

B1neutral

Can you do me a favor?

¿Me puedes hacer un favor?

A2neutral

Dat is een goede vraag

Es una buena pregunta

A2neutral

Dat is gaaf

Qué genial

A2casual

Dat is grappig

Qué gracioso

A2neutral

Dat is interessant

Qué interesante

A2neutral

Dat is wat ik bedoel

A eso me refiero

B1neutral

Dat klinkt goed

Me parece bien

A2neutral

Dat klopt

Así es

A1neutral

Deze ochtend

Esta mañana

A1neutral

Een beetje / Zozo

Más o menos

B1neutral

een klein beetje meer

un poco más

A1neutral

Familie & Relaties

La familia

A1neutral

Fijn weekend

¡Buen fin de semana!

A1neutral

Gaat alles goed?

¿Todo bien?

A2neutral

Geen probleem

De nada

A1neutral

Geen zorgen

No te preocupes

A1informal

Gelukkig Nieuwjaar

¡Feliz Año Nuevo!

A1neutral

Go for it

¡Dale!

B1informal

Goedemiddag

Buenas tardes

A1neutral

Goedemorgen

Buenos días

A1neutral

Goedenavond

Buenas tardes

A1neutral

Graag gedaan

Con gusto

A2neutral

Graag gedaan

De nada

A1neutral

Hartelijk dank

Muchas gracias

A1neutral

Have a good trip

¡Buen viaje!

A1neutral

Have a nice day

Que tengas un buen día

A1informal

Heb een fijne dag

Que tengas un buen día

A1informal

Heb je huisdieren?

¿Tienes mascotas?

A1informal

Heb je kinderen?

¿Tienes hijos?

A1informal

Het gaat goed met me, bedankt

Estoy bien, gracias.

A1neutral

Het hangt ervan af

Depende

A2neutral

Het is aan jou

Como tú quieras

A2informal

Het is een lang verhaal

Es una larga historia

B1neutral

Het is heel makkelijk

Es muy fácil

A1neutral

Het is koud

Hace frío

A1neutral

Het is tijd

Ya era hora

B1neutral to informal

Het is vandaag bewolkt

Hoy está nublado

A1neutral

Het is zonnig

Hace sol

A1neutral

het lijkt mij dat

Me parece que...

B1neutral

Het maakt niet uit

No importa

A2neutral

Het regent

Está lloviendo

A1neutral

Het waait

Hace viento

A1neutral

Hoe gaat het met je familie?

¿Cómo está tu familia?

A2informal

Hoe gaat het met je?

¿Cómo estás?

A1informal

Hoe gaat het met je?

¿Cómo has estado?

A2neutral

Hoe is het weer?

¿Qué tiempo hace?

A1neutral

Hoe oud ben je?

¿Cuántos años tienes?

A1informal

hot dog

perrito caliente

A1neutral

I'm afraid not

Me temo que no.

B1neutral

IJs

helado

A1neutral

Ik bedoel

o sea

B1casual

Ik begrijp het niet

No entiendo

A1neutral

Ik ben blij

Estoy feliz

A1neutral

Ik ben een beginner

Soy principiante

A1neutral

Ik ben enig kind

Soy hijo único

A2neutral

Ik ben enthousiast

Estoy emocionado/a

A2neutral

Ik ben getrouwd

Estoy casado / Estoy casada

A1neutral

Ik ben het er niet mee eens

No estoy de acuerdo

A2neutral

Ik ben het ermee eens

Estoy de acuerdo

A1neutral

Ik ben hier op vakantie

Estoy de vacaciones

A2neutral

Ik ben nerveus

Estoy nervioso/a

A2neutral

Ik ben op zakenreis

Estoy de viaje de negocios

B1neutral

Ik ben single

Estoy soltero/a

A1neutral

Ik ben Spaans aan het leren

Estoy aprendiendo español.

A1neutral

Ik ben student

Soy estudiante

A1neutral

Ik ben uit

Soy de...

A1neutral

Ik ben verdrietig

Estoy triste

A1neutral

Ik ben werkloos

Estoy desempleado/a

A2neutral

Ik ben X jaar oud

Tengo X años

A1neutral

Ik ben zelfstandige

Soy autónomo / autónoma

B1neutral

Ik ben zo terug

Ahora vuelvo

A1neutral

Ik bibber van de kou

Tengo mucho frío

A2neutral

Ik denk aan jou

Pienso en ti

A2informal

Ik denk het niet

No creo

A2neutral

Ik denk van wel

Creo que sí

A2neutral

Ik heb een hond

Tengo un perro.

A1neutral

Ik heb een kat

Tengo un gato.

A1neutral

Ik heb een vergadering

Tengo una reunión

A2neutral

Ik heb geen idee

No tengo idea

A2neutral

Ik heb het nu druk

Estoy ocupado / Estoy ocupada

A1neutral

Ik heb honger

Tengo hambre

A1neutral

Ik heb me prima vermaakt

Me lo pasé muy bien

A2neutral

Ik heb twee broers/zussen

Tengo dos hermanos.

A1neutral

Ik heb veel werk

Tengo mucho trabajo

A2neutral

Ik hoop het

Espero que sí.

A2neutral

Ik kan het niet geloven

No lo puedo creer

A2neutral

Ik kan niet wachten

No veo la hora

A2neutral

Ik kijk graag films

Me gusta ver películas

A1neutral

Ik laat het je weten

Te aviso

A2neutral

Ik lees graag

Me gusta leer

A1neutral

Ik luister graag naar muziek

Me gusta escuchar música.

A1neutral

Ik moet gaan

Tengo que irme

A1neutral

Ik ook

Yo también

A1neutral

Ik reis alleen

Viajo solo / Viajo sola

A2neutral

Ik reis graag

Me gusta viajar.

A1neutral

Ik speel voetbal

Juego al fútbol

A1neutral

Ik spreek een beetje Spaans

Hablo un poco de español

A1neutral

Ik spreek Spaans op een gemiddeld niveau

Tengo un nivel intermedio de español.

B1neutral

Ik stond op het punt om

Iba a...

B1neutral

Ik verveel me

Estoy aburrido / aburrida

A1neutral

Ik vind je leuk

Me gustas

A2informal

Ik weet het niet

No sé

A1neutral

Ik weet het niet zeker

No estoy seguro/a

A2neutral

Ik werk als...

Soy [profesión]

A2neutral

Ik zoek een baan

Estoy buscando trabajo.

A2neutral

Is deze stoel vrij?

¿Está ocupado?

A2neutral

It's none of your business

No es asunto tuyo

B1informal

Jazeker

Claro que sí

A1neutral

Je bent erg aardig

Eres muy amable

A1informal

Je bent erg knap

Eres muy guapo

A2informal

Je bent erg slim

Eres muy inteligente

A1neutral

Je bent grappig

Eres gracioso

A1informal

Je hebt gelijk

Tienes razón.

A2informal

Je maakt een grapje

¿Bromeas?

B1informal

Je spreekt heel goed

Hablas muy bien español.

A2informal

Je thuis voelen

sentirse como en casa

B1neutral

Just kidding

Es broma

A2informal

Kan ik je een drankje aanbieden?

¿Te puedo invitar a una copa?

A2informal

Kunt u een goed restaurant aanbevelen?

¿Me puede recomendar un buen restaurante?

A2formal

Laat het me weten

Avísame

A2neutral

Lang geleden

Hace mucho tiempo

A1neutral

Lang niet gezien

¡Cuánto tiempo sin verte!

A2informal

Laten we contact houden

Sigamos en contacto

A2neutral

Laten we gaan

Vamos

A1neutral

laugh out loud

Reírse a carcajadas

B1neutral

letterlijk

Literalmente

B1neutral

Maak het je gemakkelijk

Siéntete como en tu casa

A2informal

Mag ik je toevoegen op Facebook?

¿Te puedo agregar al Facebook?

A2informal

Me neither

Yo tampoco

A1neutral

Met plezier

Con mucho gusto

A2neutral

mi familia

mi familia

A1neutral

Mijn beste vriend

mi mejor amigo / mi mejor amiga

A1informal

mijn broer

mi hermano

A1neutral

mijn echtgenoot

mi esposo

A1neutral

Mijn favoriete eten is...

Mi comida favorita es...

A1neutral

mijn grootouders

mis abuelos

A1neutral

Mijn lief

Mi amor

A1romantic

Mijn moeder

mi mamá

A1neutral

Mijn naam is

Me llamo [Nombre]

A1neutral

Mijn ogen zijn moe

Tengo los ojos cansados.

A2neutral

Mijn telefoonnummer is...

Mi número de teléfono es...

A1neutral

mijn vriendin

mi novia

A1neutral

mijn vrouw

mi esposa

A1neutral

mijn zoon

mi hijo

A1neutral

mijn zus

mi hermana

A1neutral

Misschien

Tal vez

A1neutral

Morgenochtend

Mañana por la mañana

A1neutral

Nee, dank je wel.

No, gracias.

A1neutral

niet slecht

No está mal

A2neutral

niets veel

Nada

A1casual

No way

De ninguna manera

B1neutral

Oh my god

¡Dios mío!

A2neutral

Om eerlijk te zijn

Para ser honesto/a

B1neutral

overmorgen

pasado mañana

A1neutral

Pas op

Cuídate

A1informal

roerei

huevos revueltos

A1neutral

Seriously

En serio

B1neutral

Sinaasappelsap

Jugo de naranja

A1neutral

Spreek je Engels?

¿Hablas inglés?

A1informal

Stuur me een bericht

Mándame un mensaje

A2informal

Tot de volgende keer

Hasta la próxima

A2neutral

Tot later

Hasta luego

A1neutral

Tot later spreken

Hablamos luego

A1neutral

Tot morgen

Nos vemos mañana

A1neutral

Vandaag is het maandag

Hoy es lunes

A1neutral

Veel geluk

¡Buena suerte!

A1neutral

Vind je het leuk om te dansen?

¿Te gusta bailar?

A1informal

Voor het geval

Por si acaso

B1neutral

Voor zover ik weet

Que yo sepa

B1neutral

Vrolijke feestdagen

Felices fiestas

A1neutral

Waar ben je geweest?

¿Dónde has estado?

A2neutral

Waar denk je aan?

¿En qué piensas?

B1informal

Waar kom je vandaan?

¿De dónde eres?

A1informal

Waar woon je?

¿Dónde vives?

A1informal

Wacht even

Espera un momento

A1neutral

Wat bedoel je?

¿Qué quieres decir?

A2informal

Wat ben je aan het doen?

¿Qué haces?

A1informal

Wat denk je?

¿Qué piensas?

A2informal

Wat doe je voor werk?

¿A qué te dedicas?

A1neutral

Wat ga je vanavond doen?

¿Qué vas a hacer esta noche?

A2neutral

wat heb je uitgespookt

¿Qué has hecho?

B1informal

Wat is er aan de hand makker

¿Qué onda?

A2casual

Wat is er aan de hand?

¿Qué tal?

A1neutral

Wat is er gebeurd?

¿Qué pasó?

A2neutral

Wat is je favoriete kleur?

¿Cuál es tu color favorito?

A1neutral

Wat is je naam?

¿Cómo te llamas?

A1informal

Wat is jouw WhatsApp?

¿Cuál es tu WhatsApp?

A1informal

Wat is uw beroep?

¿Cuál es tu profesión?

A2neutral

Wat is uw telefoonnummer?

¿Cuál es tu número de teléfono?

A1informal

Wat jammer

Qué pena

A2neutral

Wat voor sporten doe je?

¿Qué deportes practicas?

A2neutral

Wat zijn je hobby's?

¿Cuáles son tus pasatiempos?

A2neutral

Weet je het zeker?

¿Estás seguro?

A2informal

what the hell

¿Qué demonios?

B2informal

Wil je wat rondhangen?

¿Quieres pasar el rato?

A2informal

zo zo

Más o menos

A1neutral

Zou je een foto van ons willen maken?

¿Nos puedes sacar una foto, por favor?

A2neutral

Zwembad

piscina

A1neutral

Veelgestelde vragen over Spaanse Koetjes en kalfjes-zinnen

Wat zijn goede Spaanse smalltalkonderwerpen?

Veilige onderwerpen: weer (clima), weekendplannen (planes), sport (vooral fútbol), eten (comida), reizen (viajes), hobby's (pasatiempos), familie (familia - algemeen), lokale evenementen. Opening: "¿Qué tal tu día?" (Hoe is je dag?), "¿Qué has hecho hoy?" (Wat heb je vandaag gedaan?).

Hoe begin je een informeel gesprek in het Spaans?

Groet eerst, dan: "¿Qué tal?" (Hoe gaat het?), "¿Cómo estás?" (Hoe gaat het met je?), "¿Qué has hecho?" (Wat heb je gedaan?), "¿Cómo va todo?" (Hoe gaat alles?). Weer: "Hace buen día, ¿no?" (Mooie dag, hè?). Weekend: "¿Qué planes tienes?" (Welke plannen heb je?).

Welke frasen houden een gesprek gaande in het Spaans?

Toon interesse: "¿En serio?" (Echt waar?), "¡Qué interesante!" (Wat interessant!), "Cuéntame más" (Vertel me meer). Vervolg: "¿Y tú?" (En jij?), "¿Qué opinas?" (Wat vind je?). Herkenning: "A mí también" (Ik ook), "Yo también" (Ik ook). Blijf positief en betrokken.

Heb je meer vragen over het leren van Spaanse zinnen? Bekijk onze complete zinnengids or ontdek onze leermiddelen.

Gerelateerde zinnencategorieën verkennen

Vergroot je Spaanse communicatievaardigheden met zinnen uit deze gerelateerde onderwerpen

Alle Spaanse zinnencategorieën bekijken

Klaar om meer Spaanse zinnen te beheersen?

Verken onze complete collectie Spaanse zinnen geordend op categorie, situatie en moeilijkheidsgraad. Perfect voor beginners tot gevorderde leerders.

Alle Spaanse zinnen bekijken →