→hongerig
→het zat zijn
→gedaan
→gemaakt
→mooi
→prachtig
→eerlijk
→vreselijk
→menselijk
→vandaag
→hebben... mij
→om jou te hebben
→het hebben
→het doen
→hey
→hallo
→vaardigheden
→kamer
→kamers
→fee
→honger
→hamburger
→feit
→zus
→zussen
→broer
→broers en zussen
→gereedschap
→gesproken
→richting
→tot
→heeft
→jullie hebben
→hebben
→er was
→wij hadden
→hadden
→hij/zij spreekt
→Ik was aan het spreken/praten
→Praat tegen mij
→wij spreken
→zij spreken
→praten
→jij had
→had
→hebben (iets gedaan) voor ons
→spreek
→zij zullen doen
→ik/hij/zij/u (formeel) deed/maakte
→jij ruikt
→Ik zal doen
→vlucht
→doen
→word
→gedaan te hebben aan hem/haar/u (beleefd)
→om jou aan te spreken (informeel)
→voor hen doen
→Jij sprak
→spreken (ik, hij, zij, u beleefd) - Aanvoegende wijs
→vluchtend
→geweest
→sprekend
→Doe het
→het gedaan te hebben
→bekwaam
→gebruikelijk
→gevleid
→gevonden
→fed up
→Grieks
→hepatisch
→gewond
→heroïsch
→heteroseksueel
→hybride
→hydraulisch
→meestal
→Hoe gaat het?
→vaardigheid
→inwoner
→inwoners
→leefgebied
→gewoonte
→bijl
→landgoed
→feeën
→valk
→lobby
→ontdekking
→Halloween
→omdat zij er zijn
→te maken hebben met
→hebbende
→bewonen
→wij waren aan het praten
→ze waren aan het spreken
→jij was aan het praten
→sprak
→Ik zal spreken
→het spreken ervan
→hij sprak